Einde inhoudsopgave
RvdW 1997, 113
HR, 25-04-1997, nr. 16265
HR 25-04-1997, ECLI:NL:HR:1997:AG7228
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 april 1997
- Magistraten
Roelvink, Mijnssen, Korthals Altes, Neleman, Herrmann
- Zaaknummer
16265
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
AG7228
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:AG7228, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑04‑1997
- Wetingang
Essentie
Loonvordering Filippijnse zeelieden tegen Griekse reder. Internationale bevoegdheid. Jurisdictieclausule. ‘Normaal bevoegde rechter’.
Samenvatting
Als regel van Nederlands internationaal bevoegdheidsrecht heeft te gelden dat, wanneer partijen bij contractueel beding de kennisneming van geschillen, voortvloeiende uit een te hunner vrije bepaling staande rechtsbetrekking, bij uitsluiting hebben opgedragen aan een vreemde rechter, de Nederlandse rechter die zonder dat beding rechtsmacht ter zake zou hebben gehad, zich in beginsel onbevoegd moet verklaren, behoudens indien en voor zover verdrags- of wetsbepalingen waarin de rechtsmacht van de Nederlandse rechter specifiek is geregeld, zich daartegen verzetten (HR 28 oktober 1988, NJ 1989, 765). ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.