Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 314
Antillenzaak. Ontvankelijkheid tussentijds cassatieberoep; art. 3 Cassatieregeling Nederlandse Antillen.
HR 24-03-2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU6524
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 maart 2006
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, J.C. van Oven, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
R04/060HR
- Conclusie
A-G De Vries Lentsch-Kostense
- LJN
AU6524
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2006:AU6524, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 24‑03‑2006
ECLI:NL:PHR:2006:AU6524, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑03‑2006
Essentie
Antillenzaak. Ontvankelijkheid tussentijds cassatieberoep; art. 3 Cassatieregeling Nederlandse Antillen.
Het vonnis van het hof, dat in twee van de drie gevoegd behandelde zaken de akte van appel heeft aangemerkt als akte van verzet met verwijzing van deze twee zaken naar het gerecht in eerste aanleg, bevat in zoverre beslissingen die aan het eindvonnis voorafgaan, zodat daartegen ingevolge art. 3 van de Cassatieregeling Nederlandse Antillen geen tussentijds cassatieberoep openstaat.
Partij(en)
- 1.
[Eiser 1], zowel voor zich als in zijn hoedanigheid van schriftelijk gevolmachtigde van:
- 2.
[Eiser 2],
- 3.
[Eiseres 3],
- 4.
[Eiser 4],
- 5.
[Eiseres 5],
- 6.
[Eiseres 6],
- 7.
[Eiseres ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.