Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 324
Verdachte heeft het niet uitvoeren van tegenonderzoek na ademanalyse aan zichzelf te wijten.
HR 21-03-2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV1150
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
21 maart 2006
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, B.C. de Savornin Lohman, J.W. Ilsink
- Zaaknummer
01124/05
- Conclusie
A-G Knigge
- LJN
AV1150
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
Verkeersrecht / Aansprakelijkheid
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2006:AV1150, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 21‑03‑2006
ECLI:NL:PHR:2006:AV1150, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑03‑2006
- Wetingang
Essentie
Het hof kon oordelen dat verdachte het aan zichzelf had te wijten dat het tegenonderzoek na ademanalyse niet heeft plaatsgevonden, nu hij het verschuldigde bedrag niet aan het NFI heeft betaald. Het NFI was niet verplicht een betalingsherinnering te sturen. Nu geen onderzoek van het bloedmonster heeft plaatsgevonden gold voor het NFI geen verplichting dat te bewaren.
Voorgaande uitspraak
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 17 januari 2005, nummer 21/005593–03, in de strafzaak tegen A.C.M.G. Adv. mr. G. Meijers te Amsterdam.