Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 322
Onder bedreiging accepteren van ontslag op staande voet leverde het ‘tenietdoen van een inschuld’ op.
HR 21-03-2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU8901
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
21 maart 2006
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, raadsheren B.C. de Savornin Lohman, W.M.E. Thomassen
- Zaaknummer
00468/05
- Conclusie
A-G Wortel
- LJN
AU8901
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2006:AU8901, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 21‑03‑2006
ECLI:NL:PHR:2006:AU8901, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑03‑2006
- Wetingang
Sr art. 317
Essentie
Het onder bedreiging met geweld accepteren van ontslag op staande voet leverde het ‘tenietdoen van een inschuld’ op als bedoeld in art. 317 Sr, nu dit het slachtoffer ertoe heeft gebracht af te zien van de vordering die zij wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst geldend wilde maken.
Voorgaande uitspraak
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 3 september 2004, nummer 20/003549–03, in de strafzaak tegen H.H.S. Adv. mr. G.P. Hamer te Amsterdam
Hoge Raad:
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep de verdachte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.