Einde inhoudsopgave
RvdW 2007, 226
Internationaal privaatrecht. Grensoverschrijdende betekening appeldagvaarding; niet-inachtneming taalvoorschrift van art. 8 EG-Betekeningsverordening; herstel mogelijk? Rechterlijk overgangsrecht.
HR 23-02-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4061
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
23 februari 2007
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, A. Hammerstein, J.C. van Oven
- Zaaknummer
C02/089HR
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
AZ4061
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ4061, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23‑02‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ4061, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 23‑02‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑01‑2002
- Wetingang
Essentie
Internationaal privaatrecht. Grensoverschrijdende betekening appeldagvaarding; niet-inachtneming taalvoorschrift van art. 8 EG-Betekeningsverordening; herstel mogelijk? Rechterlijk overgangsrecht.
Vervolg op HR 17 oktober 2003, NJ 2004, 267 en HvJEG 8 november 2005, nr. C-443/03, RvdW 2006, 98.
De thans door het HvJEG aan de EG-Betekeningsverordening gegeven uitleg maakt duidelijk dat de niet-inachtneming van het taalvoorschrift van art. 8 lid 1 hersteld kan worden mits dat herstel onverwijld plaatsvindt. Door de lacune in art. 8 was het voor thans eiser tot cassatie in 2001 niet duidelijk dat hij, zoals thans ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.