Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/14.6.2.2
14.6.2.2 Samenloop met delictuele vorderingen
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415673:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 106; Kropholler, EZPR, 5' druk, p. 242-243, nr. 63; Kropholler, EZPR, p. 304-305, nr. 69; Reiser, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 60 (voor vorderingen uit onrechtmatige daad); Verheul, Rechtsmacht, Deel 1, p. 92 (idem); Schultsz, noot NJ 1981, 621; Rb. Rotterdam 4 februari 1981, S&S 1981, 89; Rb. Amsterdam 4 april 1981, S&S 1981, 89; Pres. Rb. Arnhem 14 maart 1983, NJ 1983, 750; anders: Pres. Rb. Maastricht 20 april 1978, NJ 1981, 621, die brieven aan klanten van eiseres onvoldoende vond samenhangen met de tussen hen gesloten distributieovereenkomst. De President gaat in dit vonnis ten onrechte voorbij aan de verwevenheid van de schending van de distributie overeenkomst en het onrechtmatig handelen; zie ook noot Schultsz; Hof 's-Hertogenbosch 27 januari 1993, NIPR 1993, 164; Hof Amsterdam 30 november 1997, NIPR 1999, 173; Rb. Arnhem 15 juni 2004, NIPR 2004, 264; Rb. Middelburg 7 juli 2004, NIPR 2004, 379; Hof 's-Gravenhage 7 juli 2005, NIPR 2006, 44; anders: Rb. Amsterdam 14 december 1994, NIPR 1994, 233; Rb. Rotterdam 20 mei 1999, NIPR 1999, 299; Rb. Rotterdam 16 november 2005, NIPR 2006, 320; anders lijkt de Franse rechtspraak te oordelen, zie uitspraken vermeld door Kropholler, EZPR, p. 305, nr. 69.
Hof 's-Hertogenbosch 27 januari 1993, NIPR 1993, 164; Vzr. Rb. Arnhem 15 juni 2004, NIPR 2004, 264.
Hof 's-Gravenhage 7 juli 2005, NIPR 2006, 44.
Rb. Arnhem 24 april 1997, NIPR 1997, 378; zie par. 13.6 over de schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst.
Pres. Rb. Amsterdam 29 juli 1982, KG 1992, 134.
Hof 's-Hertogenbosch 25 april 1990, KG 1990, 221, NIPR 1990, 499.
Hof 's-Gravenhage 12 december 1985, NIPR 1986, 327.
Anders: Pres. Rb. Maastricht 20 april 1978, NJ 1981, 621 die deze voorwaarde stelt.
Pres. Rb. Dordrecht 3 mei 2001, NIPR 2001, 25; Rb. Arnhem 22 februari 2006, NIPR 2006, 312.
Pres. Rb. Arnhem 14 maart 1983, NI 1983, 750.
Schultsz, noot NI 1981, 620.
In het algemeen zal een vordering uit onrechtmatige daad die samenhangt met een contractuele vordering, zoals een vordering tot nakoming van een overeenkomst, ook onder de forumkeuze in de overeenkomst vallen.1 Voorwaarde dient naar mijn mening te zijn dat de vordering uit onrechtmatige daad tevens berust op een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst of daarmee nauw verbonden is. De nauwe verbondenheid zal met name blijken uit de feiten. Bedient de eiser zich van dezelfde feiten, dan zal al gauw sprake zijn van nauwe verbondenheid. Er is dan feitelijk sprake van één geschil. Een voorwaarde is dat het gaat om dezelfde partijen. Ik noem enige voorbeelden.
Een vordering tot schadevergoeding gebaseerd op onrechtmatige daad wegens het beëindigen van een duurovereenkomst, valt onder een in algemene bewoordingen geformuleerde forumkeuze in de duurovereenkomst. Deze vordering hangt immers zijdelings samen met de beëindiging van de overeenkomst.2 Dat ligt met name voor de hand, omdat de eiser dezelfde feiten voor beide grondslagen zal gebruiken. Een grote mate van verwevenheid zal het gevolg zijn. Een vordering tot schadevergoeding wegens niet conforme koop of productaansprakelijkheid is te beschouwen als één geschil waarop — ongeacht de grondslag — de forumkeuze van toepassing is .3Is anderzijds geen overeenkomst tot stand gekomen — en vordert de eiser schadevergoeding wegens afgebroken onderhandelingen — dan kan geen beroep worden gedaan op de forumkeuze van de niet tot stand gekomen overeenkomst.4 Een vordering tegen de bestuurder/groot aandeelhouder van een vennootschap samenhangende met een overeenkomst die de vennootschap heeft gesloten, komt niet binnen het toepassingsbereik van de forumkeuze.5 Evenzeer is een forumkeuze in een koopovereenkomst die de vennootschap heeft gesloten niet van toepassing op een vordering tegen de bestuurder/groot aandeelhouder wegens schending van Boek 2 BW.6 Een vordering tegen een bestuurder privé wegens verduistering van gelden die aan hem waren betaald ten behoeve van de vennootschap, komt niet binnen het toepassingsbereik van een forumkeuze in de statuten van de vennootschap.7 Een onverbrekelijke samenhang is niet nodig.8 Deponeert een wederverkoper een teken dat de verkoper (vaste leverancier) reeds eerder gebruikte, dan is de rechter op grond van de forumkeuze in de koopovereenkomsten niet (mede) bevoegd ten aanzien van vorderingen wegens onrechtmatige daad (door handelen in strijd met het Beneluxverdrag inzakel intellectuele eigendom of art. 6:162 BW).9
Maakt een producent bijv. reclame voor zijn product en is deze misleidend, dan kan de koper de bevoegdheid voor zijn vordering op grond van misleidende reclame baseren op de forumkeuze in de koopovereenkomsten. Uit het oogpunt van goede rechtsbedeling is een gezamenlijke berechting wenselijk. Dat voorkomt tegenstrijdige beslissingen. Met dit uitgangspunt wordt bovendien vermeden dat partijen zullen proberen een forumkeuze te ontwijken door een niet contractuele grondslag voor hun vordering te gebruiken, hoewel de rechtsbetrekking tussen partijen contractueel van aard is.10 Bovendien pleit voor deze oplossing de innerlijke samenhang tussen de onrechtmatige daad en de tekortkoming. Schultsz11 wij st daarenboven op de omstandigheid dat in sommige landen samenloop van acties niet is toegestaan, anders dan naar Nederlands recht. Dit verschil verdwijnt op deze wijze.