Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/5.4.1
5.4.1 Implementatiewetgeving
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS390952:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 27 juni 2008 tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (PbEU 2005, L 310), Stb. 2008, 260.
Besluit van 3 juli 2008 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 27 juni 2008 houdende wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (PbEU 2005, L 310), Stb. 2008, 261.
Dit betreft de artt. 2:311 en 2:334 BW.
Wet van 17 maart 2005 tot uitvoering van richtlijn 2001/86/EG van de Raad van de Europese Unie met betrekking tot de rol van de werknemers (PbEG 2001, L 294), Stb. 2005, 166.
De Tiende Richtlijn is in Nederland geïmplementeerd bij Wet van 27 juni 2008 tot wijziging van boek 2 BW (Wet grensoverschrijdende fusies).1 De wet is in werking getreden op 15 juli 2008.2 De Nederlandse wetgever heeft de uiterlijke implementatietermijn met bijna acht maanden overschreden. Met de wet is aan boek 2 BWeen nieuwe afdeling 3A toegevoegd. Deze afdeling bevat specifieke bepalingen voor de grensoverschrijdende fusie (art. 2:333b t/m 2:333l BW). Tevens is het toepassingsbereik van art. 2:308 BW aangepast in die zin dat het Nederlandse kapitaalvennootschappen en S(C)E’s wordt toegestaan grensoverschrijdend te fuseren. Bij twee wetsartikelen is een technische wijziging doorgevoerd,3 waardoor de bepalingen inzake nationale fusies van overeenkomstige toepassing zijn op de grensoverschrijdende variant. Dit geniet uitzondering indien de toepassing in strijd is met of expliciet buiten toepassing is verklaard door de bepalingen van afdeling 3A. Dit is conform art. 4 lid 1 (a) Tiende Richtlijn.
De medezeggenschapsregeling van art. 16 Tiende Richtlijn is geïmplementeerd in een nieuw art. 2:333k BW. Net als de Tiende Richtlijn verwijst de Nederlandse implementatie naar de toepasselijke bepalingen uit de Wet rol werknemers bij Europese rechtspersonen (WRW).4 Art. 2:333k bevat slechts de op de SE-Richtlijn aanvullende bepalingen. Anders dan de Adviescommissie vennootschapsrecht acht ik dit een weinig efficiënte opzet. De verwijzing maakt de al complexe medezeggenschapsbepaling nog moeilijker leesbaar. De opzet vereist dat men de twee wetten naast elkaar legt, waarbij de WRW niet eens geheel maar slechts gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing is verklaard (soms zelfs enkele leden van een artikel). Het vinden van de toepasselijke bepalingen is zo een lastige opgave.VNO-NCW heeft de Minister van Justitie hier op gewezen. De Minister heeft desondanks vastgehouden aan de verwijzing. Het uitschrijven van twintig artikelen zou de regeling evenmin toegankelijk maken. Deze redenering acht ik weinig overtuigend. Veel wetten omvatten meer dan twintig artikelen en dat is nooit een argument geweest een wet niet uit te schrijven. Bij de implementatie van de Richtlijn inzake de rol van werknemers bij de SCE is overigens wel gekozen voor het opnieuw uitschrijven van de bepalingen, terwijl die regeling meer overeenkomsten kent met de rol van werknemers bij een SE dan de medezeggenschapsregeling uit de Tiende Richtlijn. Deze andere systematiek is wellicht te verklaren doordat het Ministerie van Sociale Zaken de implementatie van de Richtlijn inzake de rol van werknemers bij een SCE heeft behandeld en niet het Ministerie van Justitie. Kennelijk achtte de Minister van Sociale Zaken het opnieuw uitschrijven van de bepalingen geen onoverkomelijk probleem.