De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie
Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/5.4.4:5.4.4 Hoofdregel en uitzonderingen
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/5.4.4
5.4.4 Hoofdregel en uitzonderingen
Documentgegevens:
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS390955:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 2:333k lid 2 BW noemt de situaties die nopen tot het voeren van onderhandelingen over de medezeggenschap. De onderdelen (a) en (b) implementeren de eerste twee uitzonderingen van art. 16 lid 2 Tiende Richtlijn. De derde uitzondering behoefde volgens de Nederlandse wetgever geen implementatie. De opmaak van art. 2:333k lid 2 BW maakt duidelijk dat de Nederlandse wetgever in art. 16 lid 2 Tiende Richtlijn drie afzonderlijke uitzonderingen onderscheidt. Ik betwijfel of de wetgever zich heeft afgevraagd of het vereiste van meer dan 500 werknemers eventueel een drempelvoorwaarde betreft. De parlementaire documenten gaan hier niet op in. Dat neemt niet weg dat ik eerder heb gesteld dat ook de Europese wetgever heeft bedoeld drie uitzonderingen op te nemen (vgl. hoofdstuk 3.5.2). De Nederlandse implementatie sluit hier terecht bij aan.
5.4.4.1 Hoofdregel5.4.4.2 Uitzondering 1: grote ondernemingen5.4.4.3 Uitzondering 2: ‘hoogste aantal-doctrine’5.4.4.4 Uitzondering 3: buitenlandse werknemers