Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/3.3.3:3.3.3 Objecten
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/3.3.3
3.3.3 Objecten
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS357406:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een tweede samenhang die gebruikers van het recht als werkelijkheid zullen ervaren is de aanwezigheid van objecten. Als de wetgever een object als samenhangcriterium voor een wetssysteem gebruikt zal het voor gebruikers van het omgevingsrecht aanstonds en zonder specialistische juridische voorkennis duidelijk zijn waarop de wetgever doelt.
Een wetssysteem bestaat uit volgens bepaalde criteria geordende, onderling samenhangende regels. Als een wetssysteem wordt bepaald door een object als samenhangcriterium, is van een wetssystematisch tekort sprake als binnen het door dat samenhangcriterium bepaalde wetssysteem niet alle voor dat object relevante regels zijn opgenomen. Het omgevingsrecht zal meer kenbaar worden naarmate de wetgever meer aansluiting heeft gezocht bij duidelijke objecten. In het omgevingsrecht maakt de wetgever op verschillende plaatsen gebruik van een object als samenhangcriterium, zoals hierna zal worden geïllustreerd.
Een voorbeeld van een object als samenhangcriterium betreft stoffen: chemische elementen en de verbindingen ervan, zoals deze voorkomen in natuurlijke toestand of bij de vervaardiging ontstaan, met inbegrip van alle additieven die nodig zijn voor het behoud van de stabiliteit ervan en alle onzuiverheden ten gevolge van het toegepaste procedé, doch met uitzondering van elk oplosmiddel dat kan worden afgescheiden zonder dat de stabiliteit van de stof wordt aangetast of de samenstelling ervan wordt gewijzigd.'1 Het samenhangcriterium stoffen wordt onder meer gebruikt als samenhangcriterium voor het
wetssysteem dat Titel 9.2 Wm Stoffen, preparaten en genetisch gemodificeerde organismen vormt.
Een ander voorbeeld betreft een project als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 en artikel 2.2 Wabo. Het gaat hier om een project dat bestaat uit één of meer in de genoemde artikelen genoemde activiteiten. Het begrip plaatsgebonden project dat bestaat uit één of meer activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving wordt als samenhangcriterium gebruikt voor het wetssysteem van de Wabo.2
In de genoemde voorbeelden is het, vooropgesteld dat de gebruikte termen aansluiten bij het spraakgebruik, voor respectievelijk de gebruiker van stoffen of de initiatiefnemer van een project aanstonds en zonder veel specialistische juridische voorkennis kenbaar dat de genoemde regels op dat object betrekking hebben.