De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/6.5.2:6.5.2 De inschrijvingen van turboliquidaties in het handelsregister
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/6.5.2
6.5.2 De inschrijvingen van turboliquidaties in het handelsregister
Documentgegevens:
mr. S, Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S, Renssen
- JCDI
JCDI:ADS389890:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof ’s-Gravenhage 6 september 2012, JOR 2013/217 m.nt. Nethe, r.o. 6.5 en Van der Korst 2013.
HR 11 maart 1966, LJN AC1869, m.nt. Scholten, zie noot Scholten onder 1.
Conclusie A-G Timmerman bij HR 13 juli 2012, LJN BW7477.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het feit dat het handelsregister vermeldt dat er ten tijde van ontbinding van een BV geen baten meer waren, heeft dus eigenlijk geen betekenis.1 Scholten wijst erop dat voorgaande opvatting praktisch is; een andere opvatting zou volgens hem tot gevolg hebben dat een BV tegenover de ene partij wel rechtsgeldig ontbonden is en tegenover de andere partij niet.2 Mijns inziens is deze opvatting echter slecht te rijmen met het beginsel van derdenbescherming. Derden putten immers vertrouwen uit een inschrijving in het handelsregister.
Hierbij komt dat het volgens A-G Timmerman niet aan de Kamer van Koophandel is om te beoordelen of een besluit tot turboliquidatie rechtsgeldig tot stand is gekomen.3Mijns inziens strookt deze opvatting van Timmerman niet met de nieuwe rol van de Kamer van Koophandel. Bij het ontbreken van lijdelijkheid mag een grotere activiteit en verantwoordelijkheid van de Kamer worden verwacht.