Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/1.4:1.4 Afbakening
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/1.4
1.4 Afbakening
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit onderzoek richt zich op verklaringen afgelegd door getuigen. De getuige wordt in dit onderzoek instrumenteel benaderd, in die zin dat de getuige vooral wordt beschouwd in zijn hoedanigheid van instrument voor waarheidsvinding. Dit houdt in dat niet zijn persoon, maar zijn verklaring in dit onderzoek centraal staat en dat uitsluitend aandacht wordt besteed aan de persoon van de getuige en aan de rechten en plichten die aan deze hoedanigheid zijn verbonden, voor zover deze van belang zijn voor de betrouwbaarheid van diens verklaring en de waardering daarvan door de rechter.
De verklaringen van getuigen kunnen op veel verschillende thema’s betrekking hebben. Getuigen kunnen verklaren over kwesties die relevant zijn voor het ophelderen en het bewijzen van het tenlastegelegde feit, maar ook voor andersoortige zaken zoals het verschaffen van inzicht in de persoon van de verdachte in het kader van de strafmaat. De Nederlandse wet maakt geen onderscheid naar thematiek. Getuigen die verklaringen afleggen ten behoeve van de beantwoording van de bewijsvraag vallen onder hetzelfde wettelijke regime als bijvoorbeeld getuigen die verklaren in het kader van een procedure ten behoeve van een TBS-verlenging of een vordering tenuitvoerlegging van een opgelegde sanctie. Dit onderzoek richt zich primair op de verklaringen die worden afgelegd ten behoeve van de vraag of de verdachte het strafbare feit heeft gepleegd. Dat neemt niet weg dat de bevindingen ook van waarde kunnen zijn voor de omgang met verklaringen van andere getuigen. Een beperking geldt ook voor de verklaringen van verdachten en deskundigen. De verdachte wordt in het Nederlandse strafproces in beginsel niet aangemerkt als getuige, de deskundige evenmin. De verklaringen van deze personen vallen in beginsel dan ook buiten het bestek van deze studie. Echter, hun verklaringen vertonen op onderdelen wel grote overeenkomsten. In Anglo-Amerikaanse stelsels worden zij om die reden onder de algemene noemer van testimony geplaatst. Daar komt bij dat rollen in het Nederlandse strafproces in bepaalde gevallen kunnen samenvallen, bijvoorbeeld in geval van een verdachte die optreedt als getuige in de zaak tegen een medeverdachte. Om deze redenen zal in dit onderzoek met enige regelmaat worden gerefereerd aan deze andere informatieverschaffers. Een deel van de bevindingen is ook voor deze informatieverschaffers relevant.
Dit onderzoek richt zich in hoofdzaak op de getuigenverklaring in de reguliere strafprocedure. Het Wetboek van Strafvordering kent namelijk bijzondere procedures voor verklaringen afkomstig van bedreigde en afgeschermde getuigen of getuigen aan wie toezeggingen zijn gedaan (zogenaamde kroongetuigen). De algemene regeling is in vergelijking met deze bijzondere procedures beperkt in omvang. Dit is niet verwonderlijk. Wettelijke regelingen vormen immers zelden een afspiegeling van de praktijk in de zin dat naar evenredigheid aandacht wordt besteed aan regel en uitzondering. De bepalingen omtrent getuigenverklaringen in het Wetboek van Strafvordering vormen daarop geen uitzondering. Dit onderzoek gaat over de verklaringen van getuigen die niet vallen onder een van de bijzondere regimes in het Wetboek van Strafvordering. De keuze om het onderhavige onderzoek te beperken tot de ‘doorsnee’ getuigenverklaring en de algemene regeling ter zake, is daarin gelegen dat in het leeuwendeel van de strafzaken juist van deze gewone (dat wil zeggen: niet in bijzondere procedures tot stand gekomen) verklaringen gebruik wordt gemaakt en omdat de ‘doorsnee’ getuige tot op heden relatief onderbelicht is gebleven. Daar komt bij dat de problematiek van de geloofwaardigheid in de kern bij alle getuigenverklaringen dezelfde is, met dien verstande dat de geloofwaardigheid bij getuigenverklaringen afgelegd in bijzondere procedures vaak extra onder druk staat. De focus ligt in het onderzoek dus op de algemene regeling; er zal uitsluitend worden gerefereerd aan de bijzondere procedures in het Wetboek van Strafvordering indien dit van belang is voor de getuigenverklaring in brede zin.
Voor wat betreft de waardering beperkt dit onderzoek zich tot de waardering van de getuigenverklaring door de rechter. Hij is echter niet de enige functionaris die van verklaringen van getuigen kennisneemt en (mede) daarop beslissingen baseert. Denk bijvoorbeeld ook aan de officier van justitie die naar aanleiding van een belastende getuigenverklaring de beslissing neemt tot vervolging, bijvoorbeeld in de vorm van het opleggen van een strafbeschikking, of aan een raadsman die op basis van de aangeleverde getuigenverklaringen zijn processtrategie moet bepalen. Dit zijn belangrijke beslissingen met potentieel grote gevolgen, waarvoor de waarheidsgetrouwheid van de getuigenverklaring ook van groot belang is. Dit onderzoek beperkt zich echter tot de waardering van getuigenverklaringen door de rechter als eindverantwoordelijke voor de bewijsbeslissing. Hij beslist of een verklaring al dan niet als bewijsmiddel kan en zal worden gebruikt. Aangenomen mag worden dat een groot deel van de psychologische mechanismen die in dit onderzoek worden beschreven, zich ook bij andere functionarissen voordoen.