Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/1.6:1.6 Opbouw en methodologie
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/1.6
1.6 Opbouw en methodologie
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek is in vier delen onderverdeeld. Deze delen lopen parallel met de vier onderzoeksvragen zoals die hiervoor zijn geformuleerd. Deel I heeft betrekking op de algemene, universele problematiek van de getuigenverklaring als bron van kennis en de weerslag van deze problematiek op de processuele context in stelsel-overstijgende zin. Het beoogt antwoord te geven op de vraag wat getuigenverklaringen zijn en onder welke omstandigheden zij kunnen bijdragen aan de waarheidsvinding. Deel II beschrijft het niveau van het nationale stelsel, waarbij de actuele wettelijke regeling en de procescultuur in Nederland centraal staan. Er wordt gekeken naar de wijze waarop het getuigenbegrip in het Nederlandse strafproces wordt ingevuld en welke eisen in de wet en jurisprudentie van de Hoge Raad worden gesteld aan de totstandkoming en waardering van getuigenverklaringen. Deel III betreft het niveau van de uitvoering, waarbij de aandacht uitgaat naar de werkwijzen in de praktijk voor wat betreft de totstandkoming en waardering van getuigenverklaringen. Daarbij wordt aandacht besteed aan de wijze waarop de werkwijzen in de praktijk moeten worden gewaardeerd in het licht van het streven naar de waarheid. In deel IV worden de regelgeving en de praktijk met elkaar vergeleken. Daarbij wordt gekeken wat in dit verband de hiaten en oplossingen zijn. Binnen de eerste drie delen is gekozen voor een thematische opbouw, waarbij de inzichten uit de verschillende contexten op het desbetreffende thema geïntegreerd worden besproken en zoveel mogelijk de chronologie van de strafrechtelijke keten wordt gevolgd. Hieronder zal in meer detail worden ingegaan op de inhoud van de verschillende delen en de toegepaste onderzoeksmethoden.
Deel I – Getuigenverklaringen als instrument van waarheidsvinding
In het eerste deel van het onderzoek staat de getuigenverklaring als instrument van waarheidsvinding binnen de context van het strafproces centraal, nog geabstraheerd van de Nederlandse situatie. Dit deel behelst in de kern een ‘diagnose’ van het probleem met betrekking tot het gebruik van getuigenverklaringen in het strafproces en vormt tevens het perspectief waarmee in het tweede en derde deel van dit onderzoek naar het Nederlandse stelsel van strafvordering en de praktijk zal worden gekeken. Allereerst wordt in hoofdstuk 2 aandacht besteed aan de strafrechtelijke waarheidsvinding en de theorievorming omtrent bewijs. Daarbij wordt een aantal centrale begrippen en theorieën van belang voor dit onderzoek besproken. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de vraag welke bijdrage getuigen kunnen leveren aan waarheidsvinding en wat een getuigenverklaring (in abstractie) eigenlijk is. Om hiervan een beeld te vormen is de juridische literatuur over waarheidsvinding en de epistemologische literatuur met betrekking tot verklaringen, die in het Engels worden aangeduid als testimony, geanalyseerd en besproken. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 getracht inzicht te verschaffen in de wijze waarop de informatie afkomstig van getuigen in juridische, strafprocessuele contexten wordt verwerkt. Dit gebeurt aan de hand van een rechtsvergelijking op stelselniveau, waarbij het continentale procesmodel wordt vergeleken met het Anglo-Amerikaanse procesmodel. Er is gekozen voor een vergelijking van procesmodellen om inzichtelijk te maken waar in grote lijnen de verschillen liggen binnen strafprocessuele contexten als het gaat om het gebruik van getuigenverklaringen voor de bewijsbeslissing. Dit inzicht moet bijdragen aan een open en kritische blik bij het beschouwen en bestuderen van de voorliggende vragen. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de totstandkoming van getuigenverklaringen, waarbij eerst in meer algemene zin wordt stilgestaan bij waarnemings- en geheugenprocessen en vervolgens nader wordt ingegaan op de context van het verhoor en wat daarover vanuit de rechtspsychologie bekend is. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 stilgestaan bij de waardering van getuigenverklaringen. Vanwege de karakteristieken van het Nederlandse stelsel wordt in het bijzonder ingegaan op de invloed die de vorm van de informatieoverdracht uitoefent op de waardering van getuigenverklaringen door de rechter.
Deel II – Normering en gebruik van getuigenverklaringen in het Nederlandse stelsel van strafvordering
In het tweede deel van het onderzoek staat de omgang met getuigenverklaringen in het Nederlandse strafproces centraal. Aan de hand van het klassiek juridisch instrumentarium, te weten onderzoek naar de wet, rechtspraak en literatuur, wordt het Nederlandse kader van strafvordering in kaart gebracht voor wat betreft de totstandkoming en waardering van getuigenverklaringen. Het accent ligt op de juridische regelingen en de Nederlandse procescultuur. Alvorens op de getuigenverklaring zelf zal worden ingegaan, worden in hoofdstuk 7 kort de karakteristieken van het Nederlandse bewijsstelsel uiteengezet. Vervolgens wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op het Nederlandse getuigenbegrip en de eisen die aan de inhoud van de getuigenverklaring worden gesteld. In hoofdstuk 9 wordt nader aandacht besteed aan de Nederlandse procescultuur en de invulling van het onmiddellijkheidsbeginsel met het oog op de waardering van getuigenverklaringen. De omgang met getuigen wordt geanalyseerd en er wordt getracht inzicht te verschaffen in de in Nederland ontstane procescultuur, waarin getuigen relatief zelden op het onderzoek ter terechtzitting worden gehoord en het accent ligt op getuigenverklaringen vervat in processen-verbaal van politie. In hoofdstuk 10 worden de juridische regels waarmee de totstandkoming en waardering van getuigenverklaringen in het Nederlandse strafproces zijn omgegeven, in onderlinge samenhang beschreven. Hierbij zal ook de rechtspraak van de Hoge Raad worden besproken. Lagere rechtspraak komt in het derde deel bij de bespreking van de praktijk aan bod.
Deel III – Totstandkoming en waardering van getuigenverklaringen in de Nederlandse strafrechtspraktijk
Het derde deel van het onderzoek richt zich vervolgens op de praktijk van de strafrechtspleging. De omgang met getuigenverklaringen wordt nader onder de loep genomen waarbij - voorbij de theorie en het bestaande stelsel van strafvordering - naar het niveau van de uitvoering wordt gekeken. Aan de hand van de literatuur vindt een inventarisatie plaats van de werkwijzen als het gaat om de totstandkoming en waardering van getuigenverklaringen. Om een beeld te kunnen vormen over de kwaliteit van de bestaande manier van werken worden de wetenschappelijke inzichten uit het eerste deel van het onderzoek bij de analyse van de bestaande werkwijzen betrokken. Aan de hand van deze inzichten worden probleemgebieden in de praktijk blootgelegd, om deze vervolgens – waar mogelijk – in verbinding te brengen met de wettelijke regeling en bestaande procescultuur. Immers, een deel van de problemen is daartoe te herleiden of kan daaruit worden verklaard. Het doel van het derde deel is dan ook tweeledig: enerzijds het spiegelen van de praktijk aan de wettelijke regeling, anderzijds het beoordelen van de kwaliteit van in de praktijk gangbare werkwijzen vanuit de inzichten die bekend zijn uit andere disciplines.
In hoofdstuk 11 staan de werkwijzen tijdens het verhoor centraal, waarbij zichtbaar wordt gemaakt welke invloed de verhoorder uitoefent op de totstandkoming van de verklaring. Tevens wordt de gangbare praktijk van het schriftelijk verslag leggen nader bezien en ingegaan op de mogelijkheden die de audiovisuele techniek meebrengt als het gaat om het conserveren en controleren van getuigenverklaringen. In hoofdstuk 12 gekeken naar de wijze waarop de rechter in de rechtspraak de – meestal schriftelijke – producten van het verhoor waardeert en beoordeelt.
Deel IV – Aanvullende waarborgen voor waarheidsvinding
In het vierde deel van het onderzoek wordt nader gereflecteerd op de consequenties die moeten worden verbonden aan de bevindingen uit de eerdere delen. Er worden aanbevelingen geformuleerd voor het verbeteren van de totstandkoming en het waarderen van getuigenverklaringen met het oog op de waarheidsvinding. Gekeken wordt hoe de – in het derde deel benoemde – gebreken met betrekking tot de totstandkoming en waardering van getuigenverklaringen, kunnen worden ondervangen en welke bijdrage het strafprocesrecht daaraan kan leveren. Hoewel de problematiek zich niet met het stellen van nadere regels laat oplossen, bestaan er wel mogelijkheden om verbeteringen aan te brengen in de procedure.