Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/6.4.6.1
6.4.6.1 Verzachtende omstandigheden
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS468081:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Voetnoten
Voetnoten
Hof Den Bosch 26 juni 2015 (ECLI:NL:GHSHE:2015:2581).
Hof Den Bosch 13 juni 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:1770) en Hof Den Bosch 21 november 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:4900).
Hof Amsterdam 10 maart 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BP7593.
Hof Amsterdam 16 november 1992, Infobulletin 1993/199.
Hoge Raad 23 april 1980, ECLI:NL:HR:1980:AW9992 (BNB 1980/175, met noot Hofstra).
Hof Den Haag 19 maart 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BM1151 (VN 2010/40.10).
Bijvoorbeeld: Hof Den Haag 17 mei 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ9170. In deze casus was door de belastingplichtige met een ‘geschorste’ auto gereden om van een voorbijrijdend, verdacht voertuig het kenteken te kunnen achterhalen.
Zoals in Hof Arnhem van 24 april 2012 (ECLI:NL:GHARN:2012:BW5519), waar de rechter weliswaar niet tot avas kwam, maar wel waarde toekende aan de door belastingplichtige aangevoerde omstandigheid dat hij verkeerd door zijn adviseur zou zijn ingelicht. Zie voor een ander voorbeeld in de sfeer van de motorrijtuigenbelasting: Hof Arnhem-Leeuwarden 11 november 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:8775.
Slechts een enkele keer vormt ziekte een aanleiding voor matiging. Zie bijvoorbeeld Hof Amsterdam 13 juni 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5172. Soms maakt een verzachtende omstandigheid onderdeel uit een totaal van verzachtende omstandigheden die leiden tot een geslaagd beroep op avas: Hof Den Bosch 11 oktober 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BY1257.
De ziekte van de medewerker openbaarde zich in 2004, terwijl de beboetbare feiten zich over de periode 2005 tot 2009 hadden voorgedaan (Hof Arnhem- Leeuwarden 24 september 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:7341).
Geen avas, wel matiging: Hof Arnhem-Leeuwarden 22 januari 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BY9127. Geen avas en geen overmacht-noodtoestand, wel matiging: Hof Arnhem 16 september 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BN7281.
In de casus voor Hof Arnhem-Leeuwarden van 13 april 2015 (ECLI:NL:GHARL:2015:2708), kwam de rechter niet tot avas, maar verklaarde hij de verdachte schuldig zonder straf. Hof Den Haag (12 oktober 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BU4271) kwam tot eenzelfde conclusie nadat een verweer inzake psychische overmacht terzijde werd gesteld.
Omschrijving
Een categorie strafverminderende omstandigheden die al sinds 1954 in beleid wordt genoemd (zie hoofdstuk 2, onderdeel 2.9.3.4, onder d), betreft de zogeheten verzachtende omstandigheden. Volgens paragraaf 7, lid 4 van het BBBB zijn dit omstandigheden waarbij de nadruk ligt ‘op buiten de (directe) invloedsfeer van belanghebbende liggende gebeurtenissen’.
In de fiscale rechtspraak zijn relatief weinig verwijzingen naar verzachtende omstandigheden terug te vinden. Daarnaast lijkt de term steeds meer als containerbegrip gebruikt te worden voor allerhande matigingsgronden die niet specifiek buiten de invloedsfeer van de belastingplichtige liggen. Voorbeelden van deze, naar mijn mening onjuist geclassificeerde, factoren zijn: een eerste verzuim,1 verbeterd aangiftegedrag in de toekomst, een geringe termijnoverschrijding2 en een meewerkende houding.3 In oudere jurisprudentie zijn daarentegen nog wel enkele gevallen van ‘zuivere’ verzachtende omstandigheden terug te vinden, zoals een belastingplichtige die analfabeet is4 en ziekte van de externe boekhouder5 of familieleden.6
Strafdoelen
Van verzachtende omstandigheden wordt wel eens gezegd dat deze tegen overmacht aan liggen. Het komt dan ook wel eens voor dat de rechter een beroep op deze strafuitsluitingsgrond weliswaar niet honoreert, maar dat hij dit wel meeweegt bij de strafmaat.7 Dit doet zich ook soms voor bij verweren met betrekking tot afwezigheid van alle schuld (avas).8
Avas en psychische overmacht zijn schulduitsluitingsgronden; overmacht in de zin van noodtoestand is een rechtvaardigingsgrond. Als sprake is van een van deze strafuitsluitingsgronden dan wordt de boete dus vernietigd vanwege het afwezig zijn van enige mate van verwijtbaarheid of het ontbreken van de vereiste wederrechtelijkheid. Wanneer een boete wordt gematigd op grond van verzachtende omstandigheden, dan zal dit dus over het algemeen samenhangen met een verlaagde bovengrens voor vergelding vanwege (sterk) verminderde verwijtbaarheid en/of een geringe mate van wederrechtelijkheid.
Waardering en weging
Over de waardering van verzachtende omstandigheden staat in het vierde lid van paragraaf 7 van het BBBB de volgende passage: ‘Voor de beoordeling of die [verzachtende] omstandigheden tot matiging van de boete aanleiding kunnen geven, kan het van belang zijn of, dan wel in hoeverre, belanghebbende maatregelen heeft getroffen of had kunnen treffen om het verzuim of vergrijp te voorkomen’. Uit deze passage volgt dat niet snel tot matiging overgegaan zal worden.9 Zo vormde de ziekte van een werknemer van belastingplichtige die verantwoordelijk was voor de aangiften omzetbelasting geen grond voor matiging. Volgens de rechter had de belastingplichtige voldoende tijd om maatregelen te nemen om een en ander goed te laten verlopen.10
Strafrecht
Ook in strafrechtelijke procedures wordt met enige regelmaat een beroep gedaan op strafuitsluitingsgronden, waarin verzachtende omstandigheden zijn ‘verpakt’. Als een dergelijk verweer niet wordt gehonoreerd, dan leidt dit in uitzonderingsgevallen toch tot een matiging.11 Ook wordt in dergelijke gevallen soms overgegaan tot schuldigverklaring zonder straf (artikel 9a Sr),12 een modaliteit die enigszins vergelijkbaar is met een verzuimmededeling.