Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.5.3.5:19.5.3.5 Overschakelen naar strafvorderlijk scenario; bestuurlijke doorzoekingsbevoegdheid
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.5.3.5
19.5.3.5 Overschakelen naar strafvorderlijk scenario; bestuurlijke doorzoekingsbevoegdheid
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS494683:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie recent A-G Wattel, conclusie bij HR 12 juli 2013,BNB 2014/101 (m.nt. Van Eijsden); NJ 2013, 435 (m.nt. Zwemmer), pt. 7.13.
Zie § 17.6.3.1 hiervoor. Deze mogelijkheid is al vaker geopperd. Zie bijvoorbeeld Feteris, noot onder HR 27 juni 2001, BNB 2002/27, pt. 8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de (potentiële) boeteling niet meewerkt aan een boeteonderzoek, dan kan bij ernstiger feiten worden overgeschakeld naar het strafrechtelijk scenario, met de daarbij behorende dwangmiddelen en verdedigingswaarborgen. Althans, wanneer het fiscale overtredingen betreft die bestuurlijk en strafrechtelijk kunnen worden afgedaan. Vooral Wattel heeft al vaker op deze mogelijkheid gewezen.1 Het voordeel voor de autoriteiten is dat opsporingsambtenaren beschikken over aanmerkelijk meer en ingrijpender dwangmiddelen dan toezichtsambtenaren. Daartegenover staat dat de boeteling zich kan beroepen op de waarborgen in de strafprocedure, in het bijzonder het strafrechtelijk zwijgrecht in art. 29 Sv.
Blijft de vraag of nemo tenetur een voldoende argument is om over te schakelen van boete- naar strafvorderlijk onderzoek of dat het meer in het algemeen gaat om situaties waarin de (potentiële) boeteling het onderzoek c.q. boeteoplegging door de inspecteur ernstig frustreert (ik meen dit laatste). Een meer praktische vraag is of er wel voldoende (opsporings)capaciteit is om vaker dan nu over te schakelen naar het strafrecht.
Bestuurlijke doorzoekingsbevoegdheid
Mogelijk zal de wetgever op enig moment een (aanvullende) bestuurlijke doorzoekingsbevoegdheid willen formuleren, op grond waarvan de boeteling enkel hoeft te dulden dat controleambtenaren zich inzage verschaffen in documenten. Die bevoegdheid kan een alternatief zijn voor de inzageplicht ex art. 47 AWR, die actieve elementen bevat.2