Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.5.3.2:19.5.3.2 Gedwongen afgifte bescheiden
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.5.3.2
19.5.3.2 Gedwongen afgifte bescheiden
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS492302:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 7.6.3 hiervoor (inzake gegevens).
Vgl. situaties waarin de betrokkene ingewikkelde belastingconstructies heeft opgezet en/of vermogens- en/of inkomensbestanddelen elders heeft ondergebracht. Ook kan sprake zijn van het moedwillig en op listige wijze afschermen van potentieel belastend bewijs door dat te beveiligen, weg te maken et cetera.
Zie § 9.7.2 hiervoor.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook met inachtneming van de technische en andere ontwikkelingen die in § 19.4 ter sprake kwamen, is meest waarschijnlijk dat vooral ondernemingen c.q. administratieplichtigen blijvend worden geconfronteerd met dwang tot medewerking aan een boeteonderzoek. Daarbij biedt de administratie ruimschoots aanknopingspunten voor onderzoek dat hen het minst belast. Voor zover de gedwongen afgifte van bescheiden al problematisch is, dan gaat het hier om bescheiden waarover de administratieplichtige uit hoofde van zijn beroep of bedrijf redelijkerwijs kan worden geacht te beschikken. Hoewel het EHRM zich hierover niet (concreet) heeft uitgelaten, is goed voorstelbaar dat dan niet of minder snel sprake is van een vordering die in strijd komt met het recht tegen gedwongen zelfbelasting.1 Meer in het algemeen is mijns inziens goed voorstelbaar dat de ‘keuze’ voor deelname aan het maatschappelijke en economische verkeer als ondernemer of anderszins, een fiscale meewerkplicht met zich meebrengt; ook of zelfs wanneer die inbreuk maakt op nemo tenetur. Dit volgt echter niet uit ’s Hofs rechtspraak.
Voor wat betreft de gedwongen afgifte van documenten door particulieren kan het zo zijn dat de (potentiële) boeteling zich (bewust) in een positie heeft gemanoeuvreerd dat hij de enige bron van bewijs is en daardoor een potentieel zelfbelastende meewerkplicht over zichzelf afroept.2 Hoewel het Hof hierop kennelijk geen acht slaat3, blijft de vraag of deze handelwijze wel (onverkort) nemo tenetur-bescherming behoeft. Ik ben geneigd deze vraag ontkennend te beantwoorden. Nemo tenetur strekt niet ertoe bestraffing te ontlopen. Het gebruik maken van rekeningen in landen met een bankgeheim of van listige constructies die het zicht op inkomen en vermogen ontnemen, kan naar mijn oordeel worden meegewogen bij de vaststelling welke mate van nemo tenetur-bescherming de fiscale boeteling krijgt. Althans, in situaties waarin de boeteling anders geen nemo tenetur-bescherming zou hebben gekregen. De absolute ondergrens is en blijft echter de integriteit van de boeteprocedure respectievelijk het respect voor de menselijke waardigheid van de boeteling.