Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/3.1
3.1 Inleiding
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS403492:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zo heeft het Court of Chancery van Delaware mijns inziens terecht overwogen: “Delaware law should not be based on a reductionist view of human nature that simplifies human motivations on the lines of the least sophisticated notions of the law and economics movement. Homo sapiens is not merely homo economicus. We may be thankful that an array of other motivations exist that influence human behavior; not all are any better than greed or avarice, think of envy, to name just one. But also think of motives like love, friendship, and collegiality, think of those among us who direct their behavior as best they can on a guiding creed or set of moral values.” In re Oracle Corp Derivative Litigation, 824 A.2d 917 (Court of Chancery of Delaware 2003). Zie over de juridische implicaties van de invloed van emoties op het handelen de mens Abrams & Keren 2010.
In de woorden van Ogus 1980, p.42: “Efficient solutions are not always just solutions. The policy maker is concerned not only with the optimal allocation of resources but also with the appropriate distribution of resources as determined by moral and political criteria.” Timmerman overwoog in zijn oratie van 2005: “We hebben zeker behoefte aan effectief en efficiënt recht. Dat is echter slechts een kleurtje op een palet met een veelheid van gezichtspunten waarmee juristen moeten rekening houden.” (Timmerman 2005, par. 2c).
Aldus ook De Jongh 2014, nr. 187.
In dit hoofdstuk wordt, aan de hand van noties uit de rechtseconomie, besproken op basis van welke argumenten de financieringsvrijheid van aandeelhouders dient te worden begrensd, en hoe deze begrenzing zijn beslag kan krijgen. Bezien wordt op welke wijze de aandeelhouder door zijn handelen ter zake van de financiering van de vennootschap kosten kan afwentelen op de schuldeisers en overige stakeholders, in het bijzonder door onderkapitalisatie van de vennootschap, vermogensonttrekkingen en door de vennootschap vreemd vermogen te doen aantrekken (leveraging). De risicoallocatie in kapitaalvennootschappen wordt in hoge mate bepaald door de grondregel dat de aandeelhouders niet aansprakelijk zijn voor de verplichtingen van de vennootschap. Hierna wordt daarom, na een beknopte introductie in de rechtseconomische benadering van het vennootschapsrecht, ingegaan op de implicaties van de beperkte aansprakelijkheid voor de verschillende categorieën vennootschapscrediteuren en voor de overige betrokkenen bij de vennootschap. Vervolgens komt de vraag aan bod op welke manier de financieringsvrijheid van aandeelhouders het beste kan worden genormeerd: door concrete kapitaalregels of door open (aansprakelijkheids) normen?
Aan dit hoofdstuk ligt uitdrukkelijk niet de gedachte ten grondslag dat de moeilijke vragen die inherent zijn aan het onderwerp van dit onderzoek louter op basis van rechtseconomische argumenten kunnen worden beantwoord. De economische benadering van het recht staat aan kritiek bloot nu resultaten van onderzoek op het gebied van onder meer behavioral economics vraagtekens plaatsen bij een van de belangrijkste aannames die aan de rechtseconomie ten grondslag liggen: de mens als een rationele homo economicus.1 Daarnaast hoeft een – in strikt economische zin – efficiënte oplossing van een probleem niet zonder meer de wenselijke oplossing te zijn. Daarmee zou de normatieve dimensie van het recht te kort worden gedaan.2 De rechtseconomische analyse biedt niettemin inzicht in de belangenconflicten tussen de verschillende bij de vennootschap betrokken partijen, 3 en kan daarom behulpzaam zijn bij de analyse van de gevolgen die een financieringsstructuur heeft voor de verdeling van risico’s tussen deze belanghebbenden.