Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht
Einde inhoudsopgave
Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht (O&R nr. 107) 2019/5.8.3:5.8.3 Scheme
Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht (O&R nr. 107) 2019/5.8.3
5.8.3 Scheme
Documentgegevens:
mr. drs. S.W. van den Berg, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
mr. drs. S.W. van den Berg
- JCDI
JCDI:ADS613246:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
G. O’Dea, Schemes of Arrangement, Oxford University press, 2012, p. 144;R. Olivares-Caminal e.a., Debt Restructuring, 2011, p. 166.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij een Scheme worden de waarden (1) en (2) niet allebei (direct) inzichtelijk, althans zijn deze waarderingen niet vereist voor het verzoeken om een Scheme. Waardering is bij de Scheme slechts relevant voor de eventuele toetsing door de rechter of een schuldeiser “in” of “out of the money” is en of de voorgestelde Scheme daaraan voorbij gaat.1 Dit laatste is het geval als door een transfer scheme een onderneming wordt overgedragen die meer waarde vertegenwoordigt dan de hoogte van de vorderingen van de vermogensverschaffers die een belang krijgen in newco (en, voor de duidelijkheid, voorheen een belang hadden in de overdragende vennootschap). De vermogensverschaffers die slechts een belang houden in de oude overdragende vennootschap worden dan benadeeld. Dan kan immers geconcludeerd worden dat een deel van de waarde ten onrechte aan de continuerende vermogensverschaffers toekomt, in plaats van aan de achterblijvende vermogensverschaffers.
In oudere Engelse jurisprudentie (Re Tea Corporation Ltd [1904] en Re My Travel Group plc [2004] EWHC 2741) werd voor de vraag naar de waarde van de onderneming (en dus de daarvan afgeleide vraag of een schuldeiser “in” of “out of the money” was), op grond van de betreffende specifieke omstandigheden van die gevallen, uitgegaan van de liquidatiewaarde van de onderneming.
In recentere Engelse jurisprudentie (Re Bluebrook Ltd (IMO Car Wash) [2009] EWHC 2114) is geoordeeld dat de “current market value” de relevante waarde is om te beoordelen of een “in” of “out of the money” is.
Hoewel de Engelse rechter de term reorganisation value niet hanteert, speelt de reorganisatiewaarde (uiteraard) wel een rol bij de financiële herstructurering onder de Scheme. De vermogensverschaffers die de onderneming continueren zullen deze analyse namelijk zelf hebben uitgevoerd om te zien welk rendement zij kunnen verwachten.
In Re Bluebrook Ltd [2009] EWHC 2114 heeft de rechter overwogen dateen waardering die afwijkt van de huidige market value en uitgaat van genormaliseerde of verbeterde marktomstandigheden en een gunstigere business case waarop de going concern waardering kan worden gebaseerd, onder omstandigheden ook van belang kan zijn. Deze hogere waarde houdt rekening met een additioneel upside potential dat aan de vermogensverschaffers, die de onderneming blijven financieren, kan toekomen. Dit upside potential houdt dus een extra stijging van de verwachte netto kasstroom in.