Einde inhoudsopgave
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/7.8
7.8 Afrondende opmerkingen
mr. T.F. Walree, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. T.F. Walree
- JCDI
JCDI:ADS267370:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Voetnoten
Voetnoten
K. Rallis, ‘‘Primeur voor Nederland’: Deventer moet schadevergoeding betalen op grond van privacywet AVG’, destentor.nl 5 juni 2019; S. Trompert, ‘Juridische doorbraak: rechter geeft schadevergoeding op grond privacywet AVG’, rtlnieuws.nl 6 juni 2019; A. Arnbak, ‘Met toekenning hoge schadevergoeding geeft rechter startschot voor massaclaims privacy’, Financieele Dagblad 24 juli 2019; S. van Gils, 'Universiteit Maastricht kan claims verwachten na uitbraak gijzelsoftware', Het Financieele Dagblad 13 januari 2020.
DDMA 2019; Autoriteit Persoongegevens 2019, p. 18. Zie ook FRA 2020, p. 12.
The Privacy Collective 2020 en consumentenbond.nl/acties/facebook. Zie ook D. Bremmer, ‘Consumentenbond begint massaclaim tegen Facebook’, Het Parool 7 juli 2020; M. Pols & H. Hueck, ‘Nederlandse massaclaim tegen Amerikaanse techreuzen vanwege privacyschending’, Het Financieele Dagblad 14 augustus 2020.
Tzankova 2017, p. 113-114.
The Privacy Collective, Data Privacy Stichting en Claimshare maken allen gebruik van (buitenlandse) procesfinanciers.
Weterings 2020, p. 14-20.
Bij aanvang van dit proefschrift stond het onderwerp van het recht op schadevergoeding wegens een onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens nog in zijn kinderschoenen. Het onderwerp heeft sindsdien meer aandacht gekregen. Er zijn meerdere Nederlandse gepubliceerde rechterlijke uitspraken waarin de betrokkene een schadevergoeding claimde wegens een inbreuk op de AVG. Daarnaast bemoeide de literatuur zich nadrukkelijker met het onderwerp en schonken ook de media aandacht aan dit thema.1
De belangstelling voor schadeclaims wegens inbreuken op de AVG zal voorlopig niet afnemen. Een toenemend ‘privacybewustzijn’ en een toenemend aantal Nederlanders dat de AVG kent, dragen daaraan bij.2 Bovenal is er de opkomst van de eerste claimstichtingen die namens betrokkenen ageren tegen de onrechtmatige verwerking van hun persoonsgegevens.3
Ik verwacht dat de procedures die deze stichtingen initiëren meer duidelijkheid gaan geven over de mate waarin schade voor vergoeding in aanmerking komt en hoe materiële én immateriële schade moet worden begroot. Voor het belang van rechtsvorming hoop ik dat partijen niet zullen schikken, maar dat een rechter zijn oordeel uitspreekt.
Deze eerste procedures kunnen een kantelpunt zijn in de handhaving van de AVG. Een ‘ruime’ uitleg van schade zal leiden tot meer collectieve claims. Daarentegen zal een meer ‘conservatieve’ benadering ertoe leiden dat in de toekomst minder snel collectieve procedures zullen worden geïnitieerd. Omdat het opzetten van een collectieve procedure niet goedkoop is,4 zal vaak een procesfinancier nodig zijn.5 Voordat hij in een procedure investeert, zal hij enige zekerheid willen over de mate waarin de betrokkene recht heeft op een schadevergoeding.6 Bij een restrictieve uitleg van de vergoedbare schade zal een procesfinancier in het vervolg minder snel geneigd zijn ‘in te stappen’, waardoor een collectieve procedure juist minder toegankelijk wordt. In zekere zin kan een enge uitleg van het schadebegrip ook aanleiding geven tot rationele apathie bij een potentiële procesfinancier. Doordat de uitkomsten van deze eerste procedures de (collectieve) handhaving van de AVG kunnen accelereren, en ook door de grote financiële belangen die spelen voor de gedagvaarde verwerkingsverantwoordelijken, heb ik de hoop dat een rechter eerder geneigd is om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie. Hierdoor wordt versneld aan rechtsvorming op Unieniveau toegekomen. Ik ben ervan overtuigd dat dit een positief effect heeft op de doeltreffendheid van het gegevensbeschermingsrecht.