Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/3.3.1
3.3.1 Aanbod ISP
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS389255:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
United Nations Convention on Contracts for the International Sale of Goods (Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken, Weens Koopverdrag), Verdrag van 11 april 1980, Wenen, Trb. 1986, 61.
Zie Nieuwenhuis, Stolker & Valk 2004, p. 1155.
Uit het 'beeld van de praktijk' blijkt dat de meeste isP's de term 'producten' hanteren voor de verschillende dienstenpakketten die zij aanbieden. Deze term is juridisch gezien niet gelukkig gekozen omdat er geen sprake is van een product in de zin van art. 6:187 lid 1 BW. Het is daarom duidelijker de term 'dienstenpakket' te hanteren. Bij de isP's die internet via de kabel leveren, is wel sprake van een product voorzover het een kabelmodem betreft. Een kabelmodem is een apparaat, waarmee een computer data kan ontvangen en verzenden via dezelfde kabel die het signaal voor de TV levert. Een kabelmodem moet worden geïnstalleerd bij de aspirant-klant voordat hij gebruik kan gaan maken van het dienstenpakket. Van der Hof spreekt in haar proefschrift over soft products en soft services, waarmee zij digitale producten en diensten bedoelt. Zij gaat in op de vraag of soft products en soft services zonder problemen kunnen worden ondergebracht binnen het traditionele onderscheid tussen goederen en diensten. Zie Van der Hof 2002.
Zie Rb. Den Haag, 9 mei 2001, KG 01/362 Elronummer AB1514, m.nt. D. Hoefer, TvC 2001/ 4, p. 321-326, inzake A.Groep e.a./Casema., over het begrip 'snelheid'. De uitspraak luidde dat een consument niet mag rekenen op een snelle intemetverbinding. Casema had zelfs geadverteerd met het aanbieden van een snelle verbinding, maar toch kon zij niet op grond van wanprestatie worden aangesproken. Ook niet wanneer blijkt dat andere isP's wel snelle verbindingen aanbieden en de eigen aanbieder dat in vroegere tijden ook deed.
Zie Van Esch 2006, p. 132-133 en Sander 2001, p. 36.
Zie Van Esch 2006, p. 31 en 134.
Als wij eerst aandacht besteden aan het aanbod, dan blijkt dat de wet geen omschrijving geeft van het begrip 'aanbod'. Een ook voor het Nederlandse recht bruikbare definitie biedt art. 14 CISG1 lid 1 eerste zin:2
'Een voorstel tot het sluiten van een overeenkomst, gericht tot één of meer bepaalde personen vormt een aanbod, indien het voldoende bepaald is en daaruit blijkt van de wil van de aanbieder om in geval van aanvaarding gebonden te zijn. Een voorstel is voldoende bepaald, indien daarin de zaken worden aangeduid en de hoeveelheid en de prijs uitdrukkelijk of stilzwijgend worden vastgesteld of bepaalbaar zijn.'
Het aanbod kan in beginsel in iedere vorm geschieden en kan ook opgesloten liggen in gedragingen. De inhoud van het aanbod dient te worden bepaald aan de hand van de wilsvertrouwensleer (artt. 3:33-35 BW). Wil het aanbod geldig zijn, dan dient het de wederpartij te hebben bereikt (art. 3:37 lid 3 BW), niet nietig of vernietigd te zijn (art. 6:218 BW), en niet te zijn ingetrokken (art. 3:37 lid 5 BW), herroepen (art. 6:219-220 BW) of vervallen (art. 6:221-222 BW). Een aanbod moet worden onderscheiden van een uitnodiging tot het doen van een aanbod.
Passen wij het bovenstaande toe op de 5P-overeenkomst dan is er sprake van een aanbod van de ISP indien de ISP een voldoende bepaald voorstel tot het sluiten van een overeenkomst richt tot één of meer bepaalde personen en daaruit blijkt van de wil van de ISP om in geval van aanvaarding gebonden te zijn. Het aanbod kan in beginsel in iedere vorm geschieden maar zal door een ISP veelal in elektronische vorm geschieden. Het aanbod zal via een website worden gericht tot één of meer bepaalde personen. Een voorstel van de ISP tot het sluiten van een overeenkomst, gericht via de website van de ISP (functie content van de 5P), is hier onderwerp van onderzoek. Daarbij kan ook sprake zijn van een uitnodiging tot het doen van een aanbod. Er is dan sprake van een elektronisch aanbod of een elektronische uitnodiging tot het doen van een aanbod. Andere vormen, bijvoorbeeld een aanbod van een ISP in een krant of een tijdschrift, laat ik buiten beschouwing omdat dan geen sprake is van een elektronisch aanbod. Dit onderzoek richt zich op het online sluiten van overeenkomsten.
Het voorstel van een ISP is voldoende bepaald indien het pakket van ISPdiensten wordt aangeduid en de hoeveelheid en de prijs zijn vastgesteld of bepaalbaar zijn.3 Uit welke verschillende diensten de aangeboden dienstenpakketten bestaan, wordt door de meeste isP's duidelijk beschreven op de website. Een standaardabonnement bevat meestal de volgende diensten: internettoegang, e-mail, website (homepage), nieuwsgroepen, chat en helpdesk. Om een bepaald dienstenpakket te bestellen dient een aspirant-klant veelal 'verder' te klikken. Het is wenselijk dat op de pagina waar een aspirant-klant zich aanmeldt voor een bepaald dienstenpakket, de diensten nogmaals voldoende bepaald worden weergegeven zodat de aspirant-klant weet wat hij gaat aanvaarden. Dat vond ik in het praktijkonderzoek niet altijd even duidelijk tot uiting komen. Het begrip 'hoeveelheid' toegepast op het aanbod van een ISP kan worden uitgelegd als een bepaald aantal e-mail-adressen in een dienstenpakket, of een bepaalde hoeveelheid Mb opslagruimte en Mb dataverkeer voor een website die zit inbegrepen in een dienstenpakket. Men kan zich afvragen of een aanbod voldoende bepaald is als daarin specificaties, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van de snelheid van een internetverbinding, ontbreken.4 Het dienstenpakket is daarmee beter bepaald. Tevens kan op basis van de aanduiding in hoeveelheden (en eventueel snelheden) duidelijker onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende diensten(pakketten) die een ISP aanbiedt en daardoor kan de consument een betere en bewustere keuze maken voor een bepaalde ISP. Vervolgens blijkt dat niet alle isP's een prijs hebben opgenomen in het aanbod, en dat zijn niet alleen de gratis isP's. Bij de isP's die geen prijs in hun aanbod hebben opgenomen, kan het aanbod ook niet elektronisch via de website worden aanvaard maar dient eerst aanvullende informatie te worden opgevraagd. Hier kan sprake zijn van een uitnodiging tot het doen van een aanbod.5 Bij de isP's die wel een prijs vermelden, betreft het meestal een eenmalig bedrag voor installatiekosten en vervolgens een vast bedrag per maand of jaar voor de gebruikskosten. Of een voorstel van een ISP voldoende bepaald is, is afhankelijk van de beschrijving van de inhoud van het dienstenpakket.
Van een website is bekend dat de informatie die erop staat gemakkelijk en snel kan worden gewijzigd en aangepast aan actuele omstandigheden. De gehele lay-out van een portai-site van een ISP kan van de één op de andere dag worden gewijzigd. Ook de inhoud van het elektronische aanbod op de website kan eenvoudig worden gewijzigd. Bij geen van de ISP's ben ik de mededeling tegengekomen dat een aanbod geldig is tot een bepaalde dag, en daarmee onherroepelijk is. Een ISP zou het als zijn voordeel kunnen zien om een bepaling op te nemen waarin staat dat de aanbiedingen vrijblijvend zijn, zodat een ISP nadat een klant het aanbod heeft geaccepteerd, zijn aanbod nog kan herroepen. Bijvoorbeeld: 'Alle aanbiedingen zijn geheel vrijblijvend, tenzij het tegendeel uitdrukkelijk is bepaald.' Van Esch is van mening dat men voor de toepassing van art. 6:221 lid 1BW een aanbod op een website gelijk zou kunnen stellen met een mondeling aanbod wat betekent dat het aanbod vervalt als de bezoeker niet tijdens zijn bezoek aan de website het aanbod aanvaardt.6 Indien er op de website geen mededeling staat omtrent een bepaalde termijn dat het aanbod geldig is, deel ik deze mening omdat het karakter van het internet, en daarmee het karakter van een website dit met zich meebrengt. Herroeping speelt dan alleen nog een rol als de ISP het aanbod tijdens het bezoek van de wederpartij wijzigt.