Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.2.1:5.2.1 Inleiding
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.2.1
5.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS448675:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook – overigens zonder enige motivering – de wetgever; zie Kamerstukken II, 2002/03, 28 746, nr. 3 (MvT), p. 75.
Van Veen (2013), p. 35.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderdeel zullen enige gedachten worden uitgewerkt voor verbeteringen in de wettelijke regeling van het bestuursverbod. Daarbij zal ik zoals gezegd uitgaan van de hypothese dat de rechtsgronden voor het bestuursverbod nog altijd valide zijn1 en dat daarmee de behoefte aan het bestuursverbod als zodanig nog altijd bestaat. Deze aanname sluit aan bij de uitkomsten van een questionnaire naar het gebruik van de personenvennootschap en de daarbij waargenomen knelpunten die het Zuidas Instituut voor Financieel Recht en Ondernemingsrecht in het voorjaar van 2012 onder praktijkjuristen heeft uitgezet. Daaruit bleek dat een meerderheid van de respondenten van oordeel was dat het bestuursverbod ongewijzigd zou moeten worden gehandhaafd (45%) of zelfs zou moeten worden uitgebreid (14%).2 Nu het huidige bestuursverbod, zoals in het bijzonder uit hoofdstuk 2 van deze studie is gebleken, gekenmerkt wordt door een groot aantal onvolkomenheden, is deze opvatting bepaald als verrassend aan te merken. Wat daar ook van zij, uit deze uitkomst blijkt in ieder geval dat onder praktijkjuristen een ruime steun bestaat voor het voortzetten van de regeling van het bestuursverbod in min of meer de huidige vorm. Ook daarom is het, op basis van het uitgangspunt dat het bestuursverbod blijft bestaan, zinvol te onderzoeken in hoeverre de eerder in deze studie gebleken gebreken in de regeling van het bestuursverbod kunnen worden geëlimineerd. Evenals eerder in deze studie is gedaan zal hierbij een onderscheid worden gemaakt tussen het bestuursverbod zelf en de gevolgen die de wet verbindt aan overtreding daarvan.