Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/3.4.1
3.4.1 Onafhankelijk opererend concern met centrale leiding
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232597:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Pitlo/Raaijmakers, Ondernemingsrecht (Pitlo-serie nr. 2) 2017, par. 4.2.1.
Pitlo/Raaijmakers, Ondernemingsrecht (Pitlo-serie nr. 2) 2017, par. 4.2.1.
Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/26, 30 en 31. Anders dan bijvoorbeeld in Duitsland dat het Konzernrecht kent, zie Kraakman e.a. 2017, par. 1.3.2.
Stevens & Garcia Nelen 2017, par. 8.1.
Artikel 2:24b BW. Onder ‘vennootschap’ wordt hier iedere vennootschapsvorm bedoeld, dat wil zeggen NV, BV, vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap. Onder ‘rechtspersoon’ wordt hier ook een buitenlandse rechtspersoon begrepen. Zie Kamerstukken II 1969/1970, 10 751, nr. 3 (MvT), p. 14.
Pitlo/Raaijmakers, Ondernemingsrecht (Pitlo-serie nr. 2) 2017, par. 4.2.1.
Pitlo/Raaijmakers, Ondernemingsrecht (Pitlo-serie nr. 2) 2017, par. 4.2.2 & 4.2.3.
Vgl. Frentrop 2013, p. 17.
Van Ginneken 2010, §1.1.
Kamerstukken II 1998/99, 25 732, nr. 8, p. 8 en Kamerstukken II 2003/04, 29 449, nr. 1, p. 11. Zie over de oorsprong van de Engelstalige term ook voetnoot 130 in hoofdstuk 2 van dit proefschrift.
Pitlo/Raaijmakers, Ondernemingsrecht (Pitlo-serie nr. 2) 2017, par. 4.1.1. Dat de leiding van de beursvennootschap bij het bestuur is gecentraliseerd, neemt niet weg dat in het geval de beursvennootschap een aandeelhouder met overwegende zeggenschap heeft, de leiding niet effectief kan worden uitgevoerd zonder de steun en medewerking van die grootaandeelhouder. Overwegende zeggenschap wordt bij een beursvennootschap aangenomen bij het kunnen uitoefenen van ten minste 30 procent van de stemrechten in een AV. Voorbeelden van beursvennootschappen met een grootaandeelhouder die overwegende zeggenschap kan uitoefenen zijn Heineken en Randstad.
Verdam 2015, par. 7.
In de regel staat een beursvennootschap aan het hoofd van een complexe en internationaal vertakte groep van ondernemingen, ook wel aangeduid als een concern.1 De beursvennootschap zal in haar financiële rapportages de activiteiten die binnen dat concern vallen consolideren en zich naar de buitenwereld presenteren als één economische en organisatorische groep in plaats van een samenraapsel van losse vennootschappen.2 In de economische werkelijkheid zal de beursvennootschap als één onderneming opereren, hoewel zij in die situatie de houdstermaatschappij is van de ‘onderneming’ als som van de activa en passiva (dat wil zeggen: het concern). Daarmee vervaagt het belang van de rechtspersoon die (men zou soms zelfs kunnen zeggen: toevalligerwijs) organisatorisch bovenaan de structuur prijkt. In het NV-recht ontbreekt het aan een systematische regeling van het concernrecht,3 en overigens ook aan het begrip onderneming als afzonderlijk van de vennootschap bestaand rechtssubject.4 Ik ga in dit proefschrift niet verder in op het concernrecht (voor zover dat bestaat), maar het is van belang te onderkennen dat de beursvennootschap over het algemeen als hoofd van een concern fungeert. Van een concern wordt wel gesproken “indien meerdere in juridisch opzicht zelfstandig georganiseerde ondernemingen binnen een grotere economische ondernemingseenheid zijn onderworpen aan een centrale leiding”.5 De wet spreekt van een ‘groep’: een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden.6 Binnen die groep vallen veelal binnenlandse en buitenlandse werkmaatschappijen, participaties in joint ventures en andere deelnemingen, vastgoedmaatschappijen, onderzoeks- en ontwikkelingsfaciliteiten en merk- en octrooivennootschappen, die vaak weer onderverdeeld zijn in verschillende business units of regionale afdelingen met eigen houdstermaatschappijen en staffuncties.7 Aangezien het bestuur verplicht is om de activa en activiteiten van de beursvennootschap behoorlijk te besturen, dient zij ook actief leiding te geven aan het concern en haar activiteiten en risico’s te beheersen, waaronder het coördineren van de organisatie en financiering van die activiteiten.8
Aandeelhouders spelen individueel en in hun hoedanigheid als lid van de AV een minder grote rol bij de beursvennootschap dan in besloten verhoudingen. Doordat de aandelen veelal wijdverspreid zijn, staan aandeelhouders meer op afstand van de onderneming en krijgt het bestuur een grotere vrijheid en verantwoordelijkheid om de onderneming als zelfstandige organisatie te leiden.9 Die grotere beleidsvrijheid van het bestuur is bij een beursvennootschap ook bij uitstek van belang, omdat het grote aantal aandeelhouders de onderneming niet daadkrachtig zou kunnen controleren.10 Dit kenmerk van de beursvennootschap wordt wel aangeduid als de scheiding tussen bestuur en kapitaalverschaffing of, in de Verenigde Staten, ‘separation of ownership and control’.11 Dat brengt met zich mee dat de leiding over een beursvennootschap niet alleen formeel, maar ook materieel gecentraliseerd is bij het bestuur.12 Verdam duidt het bestuur ook wel aan als het “centrale punt” binnen de beursvennootschap.13