Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.4.6:5.4.6 Conclusie
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.4.6
5.4.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Europees economisch en budgettair toezicht raakt niet direct aan de bevoegdheid van de begrotingswetgever om in laatste instantie te beslissen over de begroting. Toch heeft het toezicht aanzienlijke gevolgen voor de besluitvorming met betrekking tot de nationale begroting.
Het nationale begrotingsbeleid en de nationale begrotingsprocedures lopen niet geheel in de pas met het Europees Semester en de gezamenlijke budgettaire tijdlijn, waardoor de nationale begrotingsprocedures onder druk komen te staan. De inkadering van de besluitvorming heeft tot gevolg dat de politieke manoeuvreerruimte op nationaal niveau wordt gemarginaliseerd. De verwevenheid van de nationale en Europese besluitvormingsprocedures over de begroting heeft tot gevolg dat de regering zowel aan de Europese instellingen als aan het parlement verantwoording aflegt voor de nationale begroting(splannen) wat leidt tot onduidelijke verantwoordingsrelaties. De beslissingen en aanbevelingen die in Europees verband tot stand komen zijn bovendien grotendeels gebaseerd op technische analyses waardoor politieke processen minder de ruimte hebben.
Dit alles heeft tot gevolg dat de verantwoordingsrelatie tussen de regering en het parlement bij het opstellen van de begroting verandert. De politieke manoeuvreerruimte voor het parlement neemt af en de beslissing over de begroting wordt steeds meer onttrokken aan de nationale politieke processen doordat de begroting steeds meer in het licht van de in Europees verband tot stand gekomen beslissingen en aanbevelingen moeten worden opgesteld. Dit betekent dat de betrokkenheid van het parlement bij de begroting steeds meer in de knel komt, ten gunste van niet alleen de Europese instellingen, maar ook van de regering die, meer dan al het geval was, de overhand krijgt bij het op- en vaststellen van de begroting op het nationale niveau. Bovendien legt de vaste tijdlijn voor het op- en vaststellen van de begroting(splannen) druk op het nationale begrotingsproces waardoor de rol van het parlement bij de besluitvorming nog meer in de knel kan komen.