De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap
Einde inhoudsopgave
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/1.2:2 Doel van het onderzoek
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/1.2
2 Doel van het onderzoek
Documentgegevens:
mr. M. Holtzer, datum 03-04-2014
- Datum
03-04-2014
- Auteur
mr. M. Holtzer
- JCDI
JCDI:ADS386450:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De maatschappelijke ontwikkelingen rondom het Nederlandse ondernemingsbestuur zijn ontegenzeggelijk veranderd. Dient dit te leiden tot een verandering van de positie van de factor arbeid in de onderneming?
Ik meen dat de recente aandacht voor de bepaling van de positie van de bij de onderneming betrokkenen zodanig gericht is op de relatie tussen bestuur en raad van commissarissen enerzijds en aandeelhouders anderzijds, dat de positie van de werknemers onderbelicht raakt. De tendens naar versterking van aandeelhoudersinvloed en een mogelijke terugdringing daarvan roept bovendien de vraag op of dit aanleiding vormt ook de positie van de factor arbeid te herzien. Is het wenselijk dat er wordt overgegaan tot een fundamentele herbezinning van de positie van werknemers? Of kan worden volstaan met het bestaande juridische kader, al dan niet gepaard met een andere invulling daarvan in de praktijk? Daarover gaat dit onderzoek.
Ik doe dit onderzoek vanuit de hypothese dat wanneer het de werknemers niet lukt het strategische besluitvormingsproces rondom de vennootschap binnen te dringen, hun positie op termijn wordt gemarginaliseerd. Hiermee doel ik niet alleen op de uiterste consequentie, het wegvallen van medezeggenschap uit de verhoudingen rondom de vennootschap, maar ook op minder verregaande bewegingen, zoals een ontwikkeling die leidt tot een positie waarin de ondernemingsraad zich nog vrijwel uitsluitend bezighoudt met het toetsen van individuele besluiten (artikel 25 WOR) of met de vorming van (secundaire) arbeidsvoorwaarden (artikel 27 WOR).
Ik wil het fenomeen medezeggenschap in Nederland niet onmiddellijk als vanzelfsprekend aanvaarden. Is het nog wel de moeite waard om na te denken over de invloed van werknemers op het strategisch beleid van de vennootschap? Die vraag hangt samen met de duiding van de rol van de medezeggenschap in Nederland. Het is evenzeer denkbaar dat de conclusie gerechtvaardigd is dat de medezeggenschap in Nederland geen functie meer vervult, gezien de hierboven omschreven veranderingen.
Dit is primair een juridisch onderzoek. Voor de vraag wat in de huidige tijd als evenwichtig kan worden beschouwd zal ik aansluiting zoeken bij de geldende maatschappelijke opvattingen. Ik zal deze beschrijven aan de hand van kwalitatief onderzoek naar de sociaal-wetenschappelijke rapporten op dit terrein. Bij het zoeken naar een nieuw evenwicht en de positiebepaling van de factor arbeid zal ik niet uitsluitend kijken naar de wetgever. In dit onderzoek zal nadruk liggen op de manier waarop alle in de praktijk bij medezeggenschap betrokken partijen, te weten de ondernemer, de werknemers(vertegenwoordigers) en de rechter, met het bestaande juridische kader omgaan of – naar huidige maatschappelijke opvattingen bezien – zouden moeten omgaan.