Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/7.2.3
7.2.3 Parlementaire behandeling
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld het interruptiedebat tussen de leden De Cloe en Scheltema-De Nie (TK 27751 nr. 72 (Wetgevingsoverleg), p. 50) of de bijdrage van het lid Slob die stelt dat de regering wel erg eenzijdig de nadruk legt op onafhankelijkheid (TK 27751 nr. 72 (Wetgevingsoverleg), p. 34).
TK 27751 nr. 56.
De onverenigbaarheid van het lidmaatschap van een gemeentelijke commissie met het lidmaatschap van de onafhankelijke rekenkamer is een uitvloeisel van het aannemen van het amendement-Van der Hoeven (TK 27751 nr. 23).
TK 27751 nr. 61.
Zie HdTK 20 september 2001 nr. 3, p. 141.
Tijdens de parlementaire behandeling van de Wet dualisering gemeentebestuur kwam het vraagstuk van de positie van de rekenkamer ten opzichte van de raad nader aan de orde. Het debat spitste zich voornamelijk toe op de regeling van de incompatibiliteiten. Waar sommige Tweede Kamerfracties vasthielden aan een van de gemeenteraad onafhankelijke rekenkamer, wilden andere fracties de deur openen naar lichtere vormen van rekenkamercontrole waarin ook een rol zou kunnen zijn weggelegd voor leden van de gemeenteraad. Het belang van onafhankelijkheid van de rekenkamer ten opzichte van de gemeenteraad werd door laatstgenoemde fracties gerelativeerd en was voor hen niet doorslaggevend.1
De parlementaire strijd werd uiteindelijk uitgevochten rondom een aantal (sub)amendementen. Centraal daarbij stond het amendement-De Cloe c.s.2 Na aannemen van dit amendement zou het invullen van de rekenkamerfunctie voor alle gemeenten verplicht worden gesteld. Aan de regeling van de onafhankelijke rekenkamer werd echter een hoofdstuk toegevoegd dat het voor gemeenten mogelijk zou maken niet te opteren voor de wettelijke regeling die uit de koker van de regering kwam, maar juist te kiezen voor een andere invulling van de reken-kamerfunctie. Hierbij zou een uitzondering worden gemaakt op de incompatibiliteitenregeling in die zin dat deze rekenkamerfunctie (mede) zou kunnen worden vervuld door raadsleden en leden van gemeentelijke commissies,3 die dus geen lid kunnen zijn van een onafhankelijke gemeentelijke rekenkamer. Het subamendement-Scheltema-De Nie probeerde deze incompatibiliteiten ook voor deze minder strak gereguleerde rekenkamervariant juist weer te herstellen.4
Uit het gegeven dat het subamendement-Scheltema-De Nie is verworpen, waar het hoofdamendement-De Cloe is aangenomen,5 kan worden afgeleid dat het de uitdrukkelijke wens is geweest van de Tweede Kamer om naast de door de regering voorgestane onafhankelijke rekenkamer een minder onafhankelijke rekenkamervariant te introduceren die mede zou kunnen worden bemenst door leden van de gemeenteraad en/of gemeentelijke commissies.