Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/6.2.4:6.2.4 Boswet
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/6.2.4
6.2.4 Boswet
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS355025:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De art. 9-11 die afd. IV vormden zijn vervallen per 1 januari 1998.
Art. 12 dat afd. V vormde is vervallen per 21 februari 1997.
Afd. VIII bevat regels over de intrekking van de Boschwet 1922 en de Bodemproductiebeschikking 1949 Bosbouw en Houtteelt (art. 22), alsmede een artikel over inwerkingtreding (art. 23) en de citeertitel (art. 24).
Art. 1 lid 5 Boswet.
Art. 3 Boswet.
Art. 2 Boswet.
Art. 13 Boswet.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Boswet bestaat uit de in overzicht 6.3 genoemde hoofdstukken.
Afdeling I
Algemene bepalingen
Afdeling IV
(vervallen)1
Afdeling VII
Voorzieningen door andere openbare lichamen
Afdeling II
Velling en herplanting
Afdeling V
(vervallen)2
Afdeling VIII t>
Straf-, slot- en overgangsbepalingen3
Afdeling III
Beroep
Afdeling VI
Kapverbod
De Boswet heeft tot doel de instandhouding van het bosareaal (oppervlakte bos) in Nederland. Daartoe bevat de wet regels over de herbeplanting van gevelde houtopstanden buiten de bebouwde kom.4 Binnen de bebouwde kom is het aan gemeenten zelf om op basis van hun autonome bevoegdheid beleid te voeren. De Boswet is sinds haar inwerkingtreding in 1962 goeddeels onveranderd gebleven. Wel is de doelstelling van de bescherming van bos in de loop der jaren verschoven. Oorspronkelijk was zij - evenals haar voorganger de Boschwet 1922 - primair gericht op de belangen van de houtproductie, maar gaandeweg is de veelzijdige functie die bossen en houtopstanden hebben voor de samenleving (klimatologische, landschappelijke en recreatieve waarden) meer voor het voetlicht gekomen, zodat nu aan bossen ook een belangrijke betekenis wordt toegekend voor het behoud van de biodiversiteit, het gebruik van biomassa en de waterhuishouding.
De instandhouding van het bosareaal krijgt onder de Boswet vorm door de verplichting tot herbeplanting van een houtopstand die is geveld of anderszins is tenietgegaan. De eigenaar van de grond waarop de houtopstand zich bevond, moet die houtopstand binnen drie jaar herbeplanten.5 Voorafgaand aan het vellen dient het voornemen daartoe te worden gemeld aan de minister van ELenl, met het oog op effectief toezicht op de naleving van de herplantplicht.6 Verder kan deze minister voor telkens vijf jaar een kapverbod opleggen. Het opleggen van het kapverbod strekt ter bewaring van natuur- en landschapsschoon.7 Van deze bevoegdheid is zelden gebruik gemaakt.