NJB 2025/2751:Kartelverbod. Samenhang met HR 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1764, hierna afgedrukt. Twee liftfabrikanten hebben boetes opgelegd gekregen wegens deelname aan een kartel. Een claimstichting die woningcorporaties vertegenwoordigt, meent dat het kartel een prijsopdrijvend effect heeft gehad en vordert schadevergoeding van de liftfabrikanten, op te maken bij staat. Hoge Raad: 1. Verwijzing naar de schadestaatprocedure. Het hof kon voor verwijzing naar de schadestaatprocedure voldoende achten dat tussen een karteldeelnemer en een woningcorporatie – direct of indirect – ten minste één transactie heeft plaatsgevonden tijdens de inbreukperiode. Het oordeel van het hof dat niet volstaat dat een woningcorporatie tijdens de inbreukperiode een lift in eigendom had, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Niet van belang is of een benadeelde bij een enkele en voortdurende inbreuk op het Europese kartelverbod één schadevergoedingsvordering heeft voor alle transacties, dan wel voor elke transactie een afzonderlijke schadevergoedingsvordering. 2. Groepsaansprakelijkheid. De wettelijke bepaling over groepsaansprakelijkheid brengt niet mee dat een deelnemer aan een groep aansprakelijk is voor schade die in groepsverband is toegebracht voorafgaand aan het moment waarop hij aan de groep is gaan deelnemen.