De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.7.5.1:4.7.5.1 Algemeen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.7.5.1
4.7.5.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS401830:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 8 lid 1 onder f van de le Richtlijn Schade.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in Nederland namens verzekeraars met vestiging in een andere lidstaat optredende schaderegelaars ontlenen hun positie niet aan het Nederlands recht, maar aan het recht van de lidstaat van vestiging van de verzekeraar. Dat volgt uit art. 21 lid 1, eerste volzin van de Richtlijn, jo. art. 18 lid 1 letter h van Richtlijn Solvency 111 op grond waarvan de aanstelling van schaderegelaars in alle andere lidstaten dan die van vestiging van de verzekeraar als een vestigingseis moet worden gezien. Zie ook paragraaf 33.5.2. Omgekeerd verplicht de Nederlandse Wft, art. 4:70 lid 2 jo. 2:32 de Wam-verzekeraar die de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen vanuit een vestiging in Nederland uitoefent, in iedere (andere) lidstaat een schaderegelaar aan te stellen. Hetzelfde geldt voor verzekeraars met zetel in een niet-lidstaat die vanuit een bijkantoor in Nederland motorrijtuigverzekeringen sluiten. Op grond van art. 2:42 Wft is de aanstelling van een schaderegelaar in de overige lidstaten ook voorwaarde voor de verlening van een vergunning aan een verzekeraar die vanuit een niet-lidstaat de branche aansprakelijkheid motorrijtuigen in Nederland in dienstverrichting wil uitoefenen.
Het gevolg hiervan is dat de regeling van de schaderegelaar in de Wft vooral van belang is voor bezoekende benadeelden die in Nederland slachtoffer worden van een verkeersongeval in de zin van de Richtlijn en die zich na terugkeer in de lidstaat van hun woonplaats tot de schaderegelaar van de Nederlandse Wam-verzekeraar wenden. Evenzo vindt het Nederlandse slachtoffer van een ongeval in een andere lidstaat (of derde land dat bij het groenekaartstelsel is aangesloten) een schaderegelaar tegenover zich die is aangesteld op grond van de wetgeving van de lidstaat van vestiging van de aansprakelijkheidsverzekeraar van zijn wederpartij. Het is ondoenlijk om de wetgeving van alle lidstaten op dit aspect te onderzoeken. Dat is ook niet nodig als wij ervan uit gaan dat de wetgeving van de lidstaten minimaal overeenstemt met de Richtlijn.
Op één aspect gaat deze aanname niet op: de schaderegelaar (of de verzekeraar) dient binnen drie maanden een gemotiveerd antwoord te geven op het verzoek om schadevergoeding. De Richtlijn verplicht de lidstaten deze verplichting te versterken met 'passende, afdoende en systematische financiële of daaraan gelijkwaardige administratieve sancties'. Dit sanctieregime verschilt van lidstaat tot lidstaat. Dit sanctieregime komt aan de orde bij de bespreking van de 'gemotiveerd-antwoordprocedure' in paragraaf 52.9.1.
Voor wat betreft de Wft kan worden vastgesteld dat de regeling van de schaderegelaar geheel in overeenstemming is met de Richtlijn. Niet ongebruikelijk, althans bij de omzetting van Wam-richtlijnen, is dat de Nederlandse wetgever de tekst van de Richtlijn, voor zover dat mogelijk is, letterlijk overneemt in de Nederlandse wetgeving. Voor zover het de taken en bevoegdheden van de door Nederlandse verzekeraars in de overige lidstaten aangestelde schaderegelaars betreft, is deze methode van omzetten van de Richtlijn ook gevolgd. Zie art. 4:70 lid 2, tweede volzin Wft, waarin de betreffende richtlijnbepaling (vrijwel) letterlijk is overgenomen.