De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.7.5.3:4.7.5.3 Toepasselijk recht: Verordening Rome I
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.7.5.3
4.7.5.3 Toepasselijk recht: Verordening Rome I
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS399545:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I), MEG 2008, L 177/6. Zie voor de temporele reikwijdte, art. 28 van de Verordening.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast het Vertegenwoordigingsverdrag is, voor overeenkomsten die na 17 december 2009 zijn gesloten, relevant Verordening Rome 1.1
Deze Verordening is blijkens art. 1 lid 2 onder g weliswaar niet toepasselijk op de vraag of een vertegenwoordiger zijn principaal jegens een derde kan binden, andere vragen in het kader van de vertegenwoordigingsverhouding kunnen wel door de verordening worden beheerst. Behoudens de door art. 3 van de verordening geboden mogelijkheid van rechtskeuze en voor zover de overeenkomst niet valt onder een der bijzondere overeenkomsten, bedoeld in art. 4 lid 1, wordt zij beheerst door het recht van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten haar gewone verblijfplaats heeft. In het kader van vertegenwoordiging mogen wij ervan uitgaan dat de kenmerkende prestatie door de vertegenwoordiger moet worden verricht. Dit komt er in de praktijk op neer dat het recht van de lidstaat waar de schaderegelaar is aangesteld en werkzaam is, op de vertegenwoordigingsverhouding van toepassing zal zijn, met uitzondering van de vraag of de schaderegelaar de verzekeraar jegens de derde kan binden. Het antwoord op die laatste vraag zal dus moeten worden gevonden aan de hand van het nationale IPR van de lidstaat van de rechter die over het geschil oordeelt.