Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.6.1:9.6.1 Inleiding
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.6.1
9.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577577:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Snijders 2007a, p. 82; Snijders, Klaassen & Meijer 2007, nr. 42; Bos 1999, p. 137.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf wordt onderzocht wat de mogelijkheden voor de nationale rechter zijn om de feiten die relevant zijn voor de juiste toepassing van het mededingingsrecht boven tafel te krijgen. In § 9.6.2 wordt aandacht besteed aan het beginsel van de partij-autonomie, dat de rechter tot een zekere lijdelijkheid noopt.1 In § 9.6.3 wordt de ambtshalve aanvulling van rechtsgronden en ambtshalve aanvulling van rechtsfeiten besproken. In § 9.6.4 bespreek ik de inlichtingencomparitie. In § 9.6.5 komt het bevel tot openlegging van de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers ex artikel 162 Rv aan bod. § 9.6.6 behandelt het getuigenbewijs, in het bijzonder de mogelijkheid van de rechter om partijen ambtshalve op te dragen getuigenbewijs te leveren. In § 9.6.7 sluit ik af met een deelconclusie.