Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.5.4.2
12.5.4.2 Mijn opvatting over het huidige recht
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491427:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dit is al onderbouwd in onderdeel 11.3.11.2. Daarom schets ik hier alleen de fiscale implicaties van deze opvatting.
Gaat de art. 13ba-deelneming over naar meerdere verkrijgers, dan nemen deze verkrijgers de opwaarderingsreserve naar rato van de fiscale boekwaarde van de art. 13ba-deelneming over. Dit gebeurt mijns inziens van rechtswege.
Als de art. 13ba-deelneming deels achterblijft bij de afsplitser en deels overgaat naar de verkrijger(s), geldt dat naar mijn mening ook voor de opwaarderingsreserve.
Zie ook de onderdelen 11.3.10 en 11.3.11.2.
Zie de analyse in onderdeel 7.5.3.
In tegenstelling tot de staatssecretaris meen ik dat opwaarderingsreserves objectgebonden zijn.1 Een fiscaal gefaciliteerde splitsing heeft daarom tot gevolg dat een opwaarderingsreserve automatisch via de fiscale indeplaatstreding overgaat naar de verkrijger(s) voor zover de deelneming in verband waarmee die reserve is gevormd – de art. 13ba-deelneming – eveneens overgaat naar die verkrijger(s).2 Blijft de art. 13ba-deelneming achter bij de splitser, wat alleen mogelijk is bij een afsplitsing, dan geldt dat ook voor de opwaarderingsreserve.3 Wordt de art. 13ba-deelneming direct vóór het (af)splitsingstijdstip niet gehouden door de splitser, maar door een met hem verbonden lichaam, dan moet een onderscheid gemaakt worden tussen afsplitsingen en zuivere splitsingen. Bij een afsplitsing blijft de opwaarderingsreserve achter bij de afsplitsende rechtspersoon en is de latere heffing verzekerd. Bij een zuivere splitsing is de latere heffing daarentegen niet zonder meer verzekerd.4 De toegang tot de wettelijke doorschuifregeling van art. 14a, lid 2, Wet VPB 1969 is dan geblokkeerd. De splitser houdt immers op te bestaan en de art. 13ba-deelneming verhuist niet naar de verkrijgers. In de visie van de wetgever zou de opwaarderingsreserve in het geval van een ruisende zuivere splitsing geheel belast vrijvallen.5 Zou de splitser de wettelijke doorschuifregeling kunnen toepassen (quod non), dan wordt die vrijvalwinst niet in aanmerking genomen. Als gevolg van de splitsing is de latere heffing niet verzekerd. Daarom is fiscale begeleiding uitsluitend mogelijk op verzoek (art. 14a, lid 3, Wet VPB 1969).