Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.4.4
II.4.4 Andere daderschapsvormen van de rechtspersoon
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460229:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Enkele voorbeelden uit het milieurecht: Hof Arnhem-Leeuwarden 16 april 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ7832, M&R 2013/138, m.nt. Tubbing; HR 22 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO8801, JM 2004/120, m.nt. Koopmans (Tanksinstallatie). Zie voor voorbeelden ook Blomberg & Koopmans 2015.
HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7938, NJ 2006/328, m.nt. Mevis; M&R 2004/53, m.nt. Hendriks (Drijfmest), par. 3.5. “Opmerking verdient dat het in 3.4 overwogene slechts betrekking heeft op de vraag of de rechtspersoon kan worden aangemerkt als dader van de hem tenlastegelegde gedraging, (..)”. In het arrest merkt de Hoge Raad het volgende op omtrent daderschap: “Los daarvan staat de beoordeling van de aanwezigheid van bestanddelen als opzet of schuld indien het een misdrijf betreft.” De Hoge Raad geeft hiermee een afwijkende invulling van het begrip daderschap, waarbij het woord ‘dader’ slechts betrekking heeft op het invullen van de objectieve zijde van het delict. Gelet op de vele betekenissen die reeds toekomen aan het begrip ‘daderschap’, acht ik deze invulling van de Hoge Raad enigszins ongelukkig.
Namelijk medeplegen, doen plegen en uitlokken. Medeplichtigen zijn geen daders. Of feitelijk leidinggevers opdrachtgevers zijn is discussie over mogelijk. Zie verder over het begrip ‘dader’ par. II.3.4.2.
In HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733, NJ 2016/375, m.nt. Wolswijk (Overzichtsarrest feitelijk leidinggeven), r.o. 3.5.1 expliciteert de Hoge Raad dat ook een rechtspersoon feitelijk leidinggever kan zijn.
Zie bijvoorbeeld HR 29 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7619 (Rederij viskotter), waarbij de eerste drie in het Drijfmest-arrest genoemde omstandigheden centraal staan bij de toerekening aan de rederij als medepleger. Een ander voorbeeld: HR 29 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB8977, NJ 2009/130, m.nt. Buruma; NBStraf 2008/206 (Fraude Gemeente Etten-Leur), in dit arrest speelden de IJzerdraad-criteria een belangrijke rol voor de toerekening van fiscale fraude aan een bouwbedrijf (medegepleegd met de gemeente Etten-Leur). Een voorbeeld van functioneel medeplegen door een rechtspersoon uit het milieustrafrecht: Rb. Midden-Nederland 26 januari 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:332, JM 2017/28 m.nt. Van der Meulen.
Bijvoorbeeld in Rb. Limburg 22 november 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:11470; HR 29 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7619 (Rederij viskotter); Rb. Midden-Nederland 26 januari 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:332, JM 2017/28, m.nt. Van der Meulen; Hof Den Haag 23 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:788, ECLI:NL:GHDHA:2017:787.
Wanneer een verboden gedraging kan worden toegerekend aan een rechtspersoon en deze ook zelf de overige bestanddelen van het delict vervult, dan kan de rechtspersoon worden aangemerkt als pleger van het delict. Daarnaast kan de rechtspersoon ook worden aangesproken voor deelneming aan een strafbaar feit.1 Deze mogelijkheid volgt reeds uit het Drijfmest-arrest; de algemene beschouwing die de Hoge Raad geeft heeft betrekking op de vraag of de rechtspersoon kan worden aangemerkt als dader van de hem ten laste gelegde gedraging.2 Zoals gezegd is ‘dader’ een breder begrip dan plegen; het omvat ook deelnemingsvormen.3 Een rechtspersoon kan dus bijvoorbeeld ook (functioneel) medeplegen of feitelijk leidinggeven.4
De drijfmest-formule kan gebruikt worden om een gedraging toe te rekenen aan de rechtspersoon, en zo een deel van de objectieve zijde van het delict te vervullen.5 Vanzelfsprekend moet de rechtspersoon ook voldoen aan de andere voor de deelnemingsvorm geldende criteria. Wat ik bespreek in paragraaf II.5 is mutatis mutandis ook relevant voor deelneming door een rechtspersoon. Bijvoorbeeld, de rechtspersoon die wordt aangesproken als medepleger, moet ook nauw en bewust hebben samengewerkt met de andere medepleger. In de rechtspraak komen deze criteria echter niet altijd (expliciet) of slechts terloops aan bod.6