Omzetting van rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/9.3.1:9.3.1 Inleiding
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/9.3.1
9.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS500135:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar huidig Nederlands (internationaal) privaatrecht is een grensoverschrijdende omzetting van een rechtspersoon in beginsel niet mogelijk. Dit geldt zowel voor een outbound als een inbound omzetting. Het verbod op beide typen grensoverschrijdende omzettingen valt terug te voeren op de dwingendrechtelijke regels van Boek 2 BW.1 Op grond van art. 2 en art. 3 onderdeel f WCC bepalen de regels van Boek 2 BW namelijk de toelaatbaarheid van een grensoverschrijdende omzetting van of in een Nederlandse rechtspersoon. Hoewel art. 3 onderdeel f WCC strikt genomen tot het rechtspersoonsstatuut de regels omtrent ‘de beëindiging van de rechtspersoon’ rekent, moet blijkens de parlementaire geschiedenis het begrip ‘beëindiging’ ruim worden opgevat zodat daaronder ook de omzetting van een rechtspersoon met behoud van rechtspersoonlijkheid valt.2
Recent heeft de Minister van Justitie met betrekking tot zowel een outbound als een inbound omzetting aangegeven er niets voor te voelen eenzijdig over te gaan tot invoering van een regeling. Hij merkte dit op in het kader van de behandeling van de implementatiewet van de Tiende richtlijn betreffende grensoverschrijdende fusies:3
‘De rechtszekerheid brengt met zich dat het ondernemingsrecht die instrumenten moet aanbieden waarvan ondernemingen zonder onevenredige risico’s op niet-erkenning moeten kunnen profiteren. Om die reden voel ik niet voor een eenzijdige stap van Nederland tot invoering van een grensoverschrijdende regeling (voor omzetting/zetelverplaatsing van rechtspersonen, JLS) waarvan de rechtsgevolgen in andere EU landen niet vaststaan noch door Nederland kunnen worden afgedwongen. Wel meen ik dat het van belang is dat de Commissie zich actief opstelt, bijvoorbeeld door het ontwerp voor een veertiende richtlijn zetelverplaatsing weer op de agenda te zetten. Nederland zal daarvoor, ook naar verschillende voorzitterschappen toe, aandacht blijven vragen.’
Aan het door de Minister van Justitie aangehaalde (voor)ontwerp van de Veertiende richtlijn betreffende zetelverplaatsing (grensoverschrijdende) omzetting, besteed ik aandacht in paragraaf 9.4 hierna.