Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/9.3.4
9.3.4 Nationale begrenzing van art. 2:18 BW
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS498918:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie expliciet J.M.M. Maeijer, Vertegenwoordiging en rechtspersoon: de rechtspersoon (deel 2-II Asser-serie), Deventer: Tjeenk Willink 1997, punt 151, p. 162, J.W. Bellingwout, Zetelverplaatsing van rechtspersonen (Serie Monografieën vanwege het Van der Heijden Instituut, deel 54), Deventer: Kluwer 1996, p.32, P. Vlas, Rechtspersonen, Rechtspersonen (Praktijkreeks IPR, nr. 9), Deventer: Kluwer 2002, punt 336 en C.W. de Monchy, Rechtspersonen (De Groene Serie Privaatrecht), Deventer: Kluwer, artikelsgewijs commentaar op art. 2:18 BW, aantekening 3. Voorts verwijs ik naar de in par. 2.2.1 genoemde civielrechtelijke literatuur waarin wordt opgemerkt dat de omzettingsregeling ex art. 2:18 BW slechts openstaat voor de rechtspersonen van boek 2 BW. Zie in andere zin S.M. van de Braak, ‘Omzetting van een buitenlandse vennootschap in een Nederlandse vennootschap’, WPNR 1994/6153, p. 678-685.
Anders: S.M. van de Braak, ‘Omzetting van een buitenlandse vennootschap in een Nederlandse vennootschap’, WPNR 1994/6153, p. 678-685, die betoogt dat art. 2:18 BW kan functioneren als inreisregeling. Zie voor een reactie R.E. Yarzagary, WPNR 1995/6197, p. 671 (met naschrift van S.M. van de Braak).
Zie voor de onmogelijkheid van een grensoverschrijdende juridische fusie P. Vlas, Rechtspersonen (Praktijkreeks IPR, nr. 9), Deventer: Kluwer 2002, p. 162-163. Zie ook G. van Solinge, Grensoverschrijdende juridische fusie, Beschouwingen aan de hand van de derde en de tiende EEG-Richtlijn inzake het vennootschapsrecht (Serie uitgaven vanwege het Van der Heijden Instituut, nr. 44), Deventer: Kluwer 1994 en Hj. Portengen en L.F.A. Steffens, ‘Grensoverschrijdende fusie van vennootschappen: welk recht?’, TOR 2004, 15, p. 566-572.
Naast het in de voorgaande onderdelen in kaart gebrachte verbod op zowel een outbound als inbound omzetting door middel van een (rechtstreekse) verplaatsing van de statutaire zetel van een rechtspersoon uit respectievelijk naar Nederland, geldt dat een grensoverschrijdende omzetting niet kan worden bewerkstelligd met een beroep op art. 2:18 BW. Dit omdat de omzettingsregeling volgens de heersende opvatting in de civielrechtelijke literatuur niet van toepassing is op buitenlandse rechtspersonen.1 De omzettingsregeling van art. 2:18 BW kan dus niet functioneren als een in- of uitreisregeling ten behoeve van een statutaire zetelverplaatsing.2
De begrenzing van art. 2:18 BW tot de Nederlandse rechtspersonen van Boek 2 BW is overigens niet vastgelegd in de wet, maar berust op een interpretatie van de regeling. Een vergelijkbaar verbod werd tot HvJ EG 13 december 2005, zaak C-411/03 (Sevic Systems AG) vrij algemeen aangenomen voor een grensoverschrijdende juridische fusie ex art. 2:309 BW en de juridische splitsing ex art. 2:334a BW.3 Op de vraag of het (Nederlandse) verbod op een grensoverschrijdende omzetting – evenals het Duitse verbod op een grensoverschrijdende juridische fusie in het Sevic-arrest – in strijd is met Europees recht, behandel ik in paragraaf 9.4 hierna.