Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/3.2.3.4:3.2.3.4 iLawsysteembesluit Bakkerij met winkel
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/3.2.3.4
3.2.3.4 iLawsysteembesluit Bakkerij met winkel
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS353790:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. art. 1.1 lid 1Activiteitenbesluit.
Vgl. art. 1.10 lid 1 Activiteitenbesluit.
Vgl. art. 2.1 lid 1 Activiteitenbesluit.
Vgl. art. 2.15 lid 1 Activiteitenbesluit.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1.11
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
bevoegd gezag: burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting zich geheel of grotendeels bevindt;
Artikel 1.22
Degene die een inrichting opricht, meldt dit ten minste vier weken voor de oprichting aan het bevoegd gezag.
Artikel 1.33
Indien bij of krachtens dit besluit is bepaald dat een daarbij aangegeven maatregel ter bescherming van het milieu moet worden toegepast kan een andere maatregel worden toegepast indien het bevoegd gezag heeft beslist dat met die maatregel ten minste een gelijkwaardig niveau van bescherming van het milieu wordt bereikt.
Hoofdstuk 2 Algemene regels ten aanzien van alle activiteiten Artikel 2.14
Degene die een inrichting drijft en weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door het in werking zijn dan wel het al dan niet tijdelijk buiten werking stellen van de inrichting nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.
Artikel 2.25
Degene die de inrichting drijft neemt alle bekende energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder of die een positieve netto contante waarde hebben bij een interne rentevoet van 15%.
Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 3.16
Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen en voor verschillende soorten inrichtingen verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 3.27
Dit besluit wordt aangehaald als: iLawsysteembesluit.