Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.4.5.3
10.4.5.3 Verwijzingsregels
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574019:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
De Hoge Raad pleit in dit opzicht voor een terughoudende toepassing van art. 4 lid 5 EVO. Zie BR 25 september 1992, NJ 1992, 750(Balenpers).
Zo geldt bij overeenkomsten betreffende zakelijke rechten of gebruiksrechten op onroerende zaken het vermoeden dat deze het nauwst zijn verbonden met het recht van het land van ligging (art. 4 lid 3 EVO). Het vermoeden van lid 2 geldt bovendien niet voor overeenkomsten tot vervoer van goederen (art. 4 lid 4 EVO). Er bestaan ook speciale conflictregels voor consumentenovereenkomsten (art. 5 EVO) en arbeidsovereenkomsten (art. 6 EVO). Verzekeringsovereenkomsten waarin risico's worden gedekt die op het grondgebied van de EG zijn gelegen, vallen buiten het materieel toepassingsgebied van het EVO. Zie Strikwerda 2005, nr. 176. Op de in het EVO uitgesloten verzekeringsovereenkomsten zijn Europese richtlijnen van toepassing, zie voor een uitvoering van deze richtlijnen de Wet conflictenrecht Schadeverzekering (Wet van 7 juli 1993, Stb. 1993, 392 (oorspronkelijk 18 april 1991, Stb. 1991, 300)) en de Wet conflictenrecht Levensverzekering (Wet van 23 december 1992, Stb. 1993, 16).
In artikel 3 EVO is de hoofdregel van de verwijzingsregeling neergelegd. Op grond van artikel 3 van het EEG-Verdrag betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Evo) staat een rechtskeuze voorop.
Indien geen rechtskeuze is gemaakt, wordt de (kartel)overeenkomst op grond van artikel 4 EVO beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst is verbonden. Op grond van artikel 4 lid 2 EVO wordt de overeenkomst vermoed het nauwst verbonden te zijn met het recht van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten ten tijde van het sluiten van de overeenkomst haar gewone verblijfplaats of hoofdbestuur heeft. Ingeval de overeenkomst in de uitoefening van het beroep of bedrijf van de partij wordt gesloten, dient gekeken te worden naar het land waar zich de hoofdvestiging bevindt. Mocht zich het geval voordoen dat de prestatie op grond van de overeenkomst door een andere vestiging dan de hoofdvestiging dient te worden verricht, dan dient gekeken te worden naar het land waar zich de andere vestiging bevindt. In sommige gevallen zal de kenmerkende prestatie (in het algemeen is dit de prestatie die niet bestaat uit het betalen van een geldsom, maar uit de daartegenoverstaande verplichting) niet zijn vast te stellen. Zo zal de kenmerkende prestatie bijvoorbeeld niet zijn vast te stellen bij een horizontale kartelafspraak (een afspraak op hetzelfde niveau van de distributieketen) tussen twee of meer leveranciers van goederen en/of diensten. Indien niet is vast te stellen wat de kenmerkende prestatie is, dan dient te worden teruggevallen op het uitgangspunt van artikel 4 lid 5 EVO en dient het recht van de nauwste band te worden toegepast. Dit geldt ook indien uit alle omstandigheden blijkt dat de overeenkomst nauwer is verbonden met een ander land.1
Naast deze verwijzingsregels gelden voor een aantal specifieke onderwerpen (bijvoorbeeld overeenkomsten betreffende zakelijke rechten of gebruiksrechten op onroerende zaken en overeenkomsten tot vervoer van goederen) nog aanvullende of afwijkende regels.2 In het kader van de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht zullen deze aanvullende of afwijkende verwijzingsregels die van toepassing zijn op een aantal specifieke onderwerpen, gewoonlijk geen grote rol spelen. Dit zal alleen anders kunnen zijn indien er verboden mededingingsbeperkende bepalingen zijn opgenomen in overeenkomsten met betrekking tot een van deze specifieke onderwerpen (denk bijvoorbeeld aan een verboden mededingingsbeperkende restrictie in een vervoersovereenkomst of een verboden mededingingsbeperkende restrictie in een overeenkomst betreffende een gebruiksrecht op een onroerende zaak).