De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/10.5:10.5 De temporele reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid (hoofdstuk 5)
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/10.5
10.5 De temporele reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid (hoofdstuk 5)
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250285:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de literatuur bestaat discussie of – en zo ja in hoeverre – een moedermaatschappij op grond van een 403-verklaring aansprakelijk is voor schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij heeft verricht voordat de 403-verklaring is gedeponeerd. Met betrekking tot de verschillende standpunten die in de literatuur op dit punt worden verdedigd, is er een tweedeling te maken wat betreft het moment dat bepalend is voor het antwoord op de vraag of een schuld van de 403-maatschappij al of niet onder de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid valt. Enerzijds wordt aangesloten bij het moment dat de 403-maatschappij de rechtshandeling heeft verricht waaruit de schuld is voortgevloeid. Anderzijds wordt betoogd dat het moment waarop de schuld van de 403-maatschappij opeisbaar is geworden hiervoor bepalend is. Ik heb geconcludeerd dat het eerste uitgangspunt het juiste is omdat dit aansluit bij de temporele reikwijdte van de overblijvende aansprakelijkheid op grond van art. 2:404 lid 2 BW als de moedermaatschappij de 403-verklaring heeft ingetrokken.1
De discussie in de literatuur ten aanzien van de temporele reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid is mede veroorzaakt doordat in de (lagere) jurisprudentie verschillend over dit onderwerp is geoordeeld. Sinds 2001 is echter op één uitspraak na in de jurisprudentie consequent geoordeeld dat een moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring aansprakelijk is voor alle schulden die voortvloeien en zijn voortgevloeid uit een rechtshandeling van de 403-maatschappij.2 Ook in de parlementaire geschiedenis wordt de 403-aansprakelijkheid op deze wijze uitgelegd.3 In eerste instantie merkte de minister nog op dat de aansprakelijkheid van een moedermaatschappij was beperkt tot de toekomstige verplichtingen. Maar later heeft hij het standpunt onderschreven dat een moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring aansprakelijk is voor alle uit een rechtshandeling van de 403-maatschappij voortvloeiende en voortgevloeide schulden.
Dat een moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring aansprakelijk is voor alle schulden die voortvloeien en zijn voortgevloeid uit een rechtshandeling van de 403-maatschappij, sluit aan bij het door mij bepleite uitgangspunt voor compensatie.4 Zowel de bestaande als de nieuwe crediteuren ondervinden nadeel omdat zij de nieuwe jaarrekening(en) van de 403-maatschappij niet kunnen inzien. Beide groepen crediteuren moeten daarom worden gecompenseerd met een aanvullende vordering op de moedermaatschappij van wie zij de geconsolideerde jaarrekening wel kunnen inzien.