Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/3.3.1.2
3.3.1.2 De omschrijving en het wezen van de Curaçaose trust
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717457:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
MvT Landsverordening trust, Publicatieblad 2011, nr. 67, p. 5.
Het trustverband heeft derhalve goederenrechtelijk effect. In vergelijkbare zin: D.J. Hayton, S.C.J.J. Kortmann & H.L.E. Verhagen (red.), Principles of European Trust Law, Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1999, p. 207; D.W. Aertsen, De trust. Beschouwingen over invoering van de trust in het Nederlandse recht (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2004, p. 81 en p. 88-89.
MvT Landsverordening trust, Publicatieblad 2011, nr. 67, p. 2; art. 3:127 lid 2 sub c BWC; art. 3:135 BWC; art. 3:154 BWC; art. 3:156 lid 3 BWC.
Vgl. MvT Landsverordening trust, Publicatieblad 2011, nr. 67, , p. 2.
Zie ook: M.E. Koppenol-Laforce, Het Haagse Trustverdrag (diss. Rotterdam), Deventer: Kluwer 1997, p. 56-57.
M.E. Koppenol-Laforce, Het Haagse Trustverdrag (diss. Rotterdam), Deventer: Kluwer 1997, p. 56-57. Vgl. ook: X.E. Kramer & H.L.E. Verhagen (m.m.v. S. van Dongen), Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 10. Internationaal privaatrecht. Deel III. Internationaal vermogensrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2022, nrs. 573a en 579.
Voor wat betreft de omschrijving van een trust in het Curaçaose recht, heeft de wetgever aansluiting gezocht bij art. 2 van het Haagse Trustverdrag (hierna: HTV).1 Ingevolge art. 3:127 lid 1 BWC doelt de trust op:
“rechtsbetrekkingen die bij rechtshandeling onder de levenden of terzake des doods in het leven worden geroepen door een persoon, de insteller, wanneer een trustee rechthebbende op goederen is of wordt ten behoeve van een begunstigde of voor een bepaald doel.”
Hieruit volgt dat er bij de instelling van de Curaçaose trust een keuze kan worden gemaakt voor een trust ter verwezenlijking van een bepaald doel (een ‘purpose’ of ‘charitable’ trust) of een trust ten bate van één of meer (potentiële) begunstigden (een ‘private express’ trust) en berust de instelling van de trust op een daartoe strekkende rechtshandeling van de insteller.
Hoewel de Curaçaose wetgever zich niet expliciet uitlaat over het wezen van de trust, heeft de rechtshandeling tot de instelling van de trust in het Curaçaose trustrecht mijns inziens tot gevolg dat een trustverband over een aantal door de insteller van de trust aangewezen goederen in het leven wordt geroepen.2/3 Wat de precieze strekking van het trustverband is, is afhankelijk van hetgeen is neergelegd in de trustakte. Gelijktijdig met de totstandkoming van de trust en daarmee de vaststelling van de strekking van het trustverband, ontstaat mijns inziens – evenals in het Anglo-Amerikaanse recht – van rechtswege een fiduciaire rechtsverhouding, de trustrechtelijke rechtsverhouding, tussen de trustee en de (potentiële) begunstigde. De strekking van het trustverband bepaalt derhalve de wijze waarop invulling moet worden gegeven aan de ontstane trustrechtelijke rechtsbetrekking.
Het trustverband dat de instelling van de trust heeft teweeggebracht, brengt ook in het geval van de Curaçaose trust met zich mee dat beheersverplichtingen voor de trustee in het leven worden geroepen en beheersbevoegdheden aan hem worden verleend, en aan (potentiële) begunstigden van de trust rechten, bevoegdheden en remedies worden toegekend in het kader van het beheer en de uitvoering van de trust door de trustee.4 Er vindt in casu een splitsing van macht en belang plaats, waarbij de formele beschikkingsmacht van de trustgoederen toekomt aan de trustee en de (potentiële) begunstigde een bundel van rechten, bevoegdheden en remedies – en afhankelijk van de strekking van het trustverband een economisch belang – verwerft.5
Het is naar mijn mening evenwel niet duidelijk waarom de ruime definitie van de trust die het HTV hanteert teneinde te bepalen of een bepaalde rechtsfiguur onder de reikwijdte van het HTV valt, in het materiële Curaçaose trustrecht is overgenomen. Een verklaring hiervoor wordt in de memorie van toelichting helaas niet gegeven. Dat het HTV een definitie geeft teneinde te bepalen welke rechtsfiguren op grond van het bepaalde in lid 2 onder de reikwijdte van het HTV vallen – en derhalve als een verdragstrust worden aangemerkt – hoeft niet te betekenen dat er daadwerkelijk sprake is van een trust die in het materiële recht als zodanig wordt aangemerkt.6 De ruime definitie van de trust in het HTV is – anders dan het doel en de strekking die de wetgever met de Curaçaose trust voor ogen heeft – geformuleerd met het oog op de bepaling van het toepasselijk recht op trusts en de erkenning van niet enkel Anglo-Amerikaanse trusts en trusts die in landen met een continentaal rechtssysteem voorkomen, doch ook trustachtige figuren die aan de genoemde eisen van het HTV voldoen.7 In het laatste geval betreft het derhalve rechtsfiguren die normaliter niet als trust kwalificeren, doch enkel voor de toepassing van het HTV als verdragstrust worden aangemerkt. Het risico van het gebruik van een dergelijke ruime definitie in het materiële Curaçaose trustrecht is dat theoretisch gezien alle trustachtige figuren die voldoen aan de door de wetgever gehanteerde definitie, onder de reikwijdte van titel 3.6 BWC kunnen vallen. Men denke bijvoorbeeld aan de niet in de wet geregelde figuur van de fiduciaire eigendomsoverdracht. In die gevallen zou de discussie kunnen ontstaan of een fiduciaire eigendomsoverdracht aan de voorwaarden die titel 3.6 BWC stelt aan een trust dient te voldoen, gelet op het gegeven dat deze figuur onder de definitie van artikel 3:127 lid 1 BWC zou kunnen vallen en derhalve als zodanig kan worden aangemerkt. Teneinde dergelijke complicaties te voorkomen en de definitie van de trust in het Curaçaose recht goed tot haar recht te laten komen, is een scherpere formulering van de trust zonder meer gewenst. In paragraaf 4.3.1 zal hiervoor een oplossing worden aangedragen.