Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/3.6.1.2.0
3.6.1.2.0 Inleiding
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630625:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
Deze paragraaf is gebaseerd op een eerdere publicatie van S.A. Stevens en mij. Coebergh en Stevens.
Bruijsten 2016-2.
De winst diende in casu lineaire aan de resterende periode te worden toegerekend. Overigens was de lineaire methode als zodanig niet in geschil.
Zie tevens HR 29 april 1970, BNB 1970/164 en HR 7 mei 1980, BNB 1980/274. De wetgever heeft in artikel 3.29 Wet IB 2001 inmiddels bepaald dat de lineaire methode niet langer mag worden toegepast.
Een vergelijkbaar probleem als bij de bepaling van de afschrijvingslasten doet zich voor bij de waardering van schulden op de openingsbalans. Wanneer er sprake is van een verschil tussen de contractuele overeengekomen rente en de marktrente ten tijde van aanvang belastingplicht, dan wijkt de nominale waarde af van de contante waarde.1 Met dit verschil dient op de fiscale openingsbalans rekening te worden gehouden. Vervolgens dient te worden gekeken welke rol goed koopmansgebruik speelt bij de vrijval van de post (dis)agio. Het verschil met de waardering van de een onroerende zaak is dat de waardeontwikkeling van een onroerende zaak in beginsel onzeker is. Het is dan niet zeker of het waardedrukkende of -vermeerderende effect wel zal worden gerealiseerd. Dit is bij schulden die luiden in euro's niet het geval, duidelijk is dan immers dat de nominale waarde moet worden afgelost.2
In theorie zijn er drie methoden denkbaar voor de verwerking van de posten agio en disagio in relatie tot schulden:
het agio en disagio worden naar evenredigheid aan de jaren toegerekend;
de schuld wordt jaarlijks gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer;
de post valt vrij op het moment dat de schuld wordt afgelost.
Mogelijkheid 1: Evenredige toerekening
De eerste mogelijkheid is dat de aangroei van de schuld van werkelijke waarde naar nominale waarde jaarlijks gedurende de resterende looptijd van de schuld ten gunste of ten laste van de winst wordt gebracht. Deze methode is in overeenstemming met HR 5 september 1979, nr.19 038, BNB 1980/230. In genoemd arrest had belanghebbende onroerende goederen verworven die waren belast met vruchtgebruik. Belanghebbende waardeerde deze onroerende zaken als vol eigendom en nam geen passiefpost op voor het vruchtgebruik. De jaarlijkse waardevermindering van het vruchtgebruik werd derhalve niet verantwoord als winst. De Hoge Raad overwoog dat goed koopmansgebruik het niet toelaat om de winst, die ontstaat als gevolg van de jaarlijkse vermindering van de last, niet in aanmerking te nemen in het jaar waarin zij is ontstaan.3 De waardevermindering van het vruchtgebruik dient derhalve geleidelijk vrij te vallen.
De toerekening kan in beginsel plaatsvinden volgens de lineaire methode of via de effectieve rentemethode. De Hoge Raad heeft in HR 7 januari 1970, nr.16 182, BNB 1970/61, overwogen dat de lineaire methode van waarderen van de pensioenverplichting in eigen beheer in overeenstemming met goed koopmansgebruik is.4 Op grond van welk beginsel van goed koopmansgebruik de Hoge Raad tot dit oordeel is gekomen, blijkt niet uit het arrest. Het eenvoudbeginsel ligt echter het meest voor de hand. Bij de effectieve rentemethode drukt op elk jaar de contante waarde van dat financieringsresultaat, berekend op basis van de effectieve rente bij de initiële waardering van de schuld op de openingsbalans, en wordt derhalve voldaan aan het matchingbeginsel. Op grond van het matchingbeginsel geniet de effectieve rentemethode daarom de voorkeur.
Mogelijkheid 2: de waarde van de schuld wordt jaarlijks opnieuw bepaald, het verschil tussen de contante waarde en de nominale waarde komt ten laste van het resultaat.
De tweede mogelijkheid is dat de waarde van de schuld jaarlijks wordt bepaald aan de hand van de actuele marktrente. De waardeverandering van de schuld wordt jaarlijks in de belastingheffing betrokken. Wanneer de marktrente daalt, is er een last doordat de financieringskosten over de resterende jaren ten dele naar voren worden gehaald en reeds in het betreffende jaar in aanmerking worden genomen. Uit HR 23 januari 2004, nr. 38029, BNB 2004/163 blijkt dat het in strijd is met goed koopmansgebruik om in het geval van een lening met een vaste aflossingsdatum en vast rentepercentage bij een daling van de marktrente een additionele last in aftrek te brengen. De vraag of met een stijging van de rente wel rekening mag of moet worden gehouden, is door de Hoge Raad nog niet beantwoord. Op basis van het voorzichtigheidsbeginsel lijkt het mij niet aannemelijk dat er rekening met een stijging moet worden gehouden.
Mogelijkheid 3: vrijval bij aflossing
Een derde mogelijkheid is dat het (dis)agio pas tot uitdrukking wordt gebracht op het moment dat de schuld wordt voldaan. Gezien HR 5 september 1979, nr. 19 038, BNB 1980/230 is uitstel niet in overeenstemming met goed koopmansgebruik. Ook wanneer niet bij de aflossing maar bij de kasstromen (de rente en de aflossing) wordt aangesloten, acht ik de methode niet in overeenstemming met goed koopmansgebruik, omdat ook dan in het jaar van aflossing een bate c.q. last in aanmerking wordt genomen, terwijl dit resultaat betrekking kan hebben op het renteverschil van de hele periode en dus niet slechts gerealiseerd wordt door aflossing.