Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/5.4.1
5.4.1 Verplicht bod-regeling
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366316:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
§ 22 WpHG is de meest aangevoerde vernietigingsgrond tegen besluiten van de aandeelhoudersvergadering ex § 243 Aktiengesetz. Zie Schmidtbleicher 2008, p. 74 (voetnoot 13).
§ 35 lid 2 WpÜG.
§ 29 lid 2 WpÜG.
§ 30 lid 1 WpÜG. Dit leerstuk heeft naar aanleiding van de implementatie van de Overnamerichtlijn voor discussie gezorgd. Uiteindelijk zijn de bij de implementatie doorgevoerde wijzigingen slechts enkele maanden na inwerkingtreding weer ongedaan gemaakt, zie hierover Von Bülow 2010, § 30, Rn. 9 en Faden 2008, p. 49-50.
Op de laatste twee toerekeningsgronden werd vergeefs een beroep gedaan in BGH 29 juli 2014, II ZR 353/12, r.o. 50 e.v. Aanleiding tot dit oordeel gaf de wijze waarop de overdracht van de zeggenschap in Postbank door Deutsche Post (DP) aan Deutsche Bank (DB) was gestructureerd. In 2010 bracht Deutsche Bank een vrijwillig openbaar bod uit op Postbank, maar volgens de klagende minderheidsaandeelhouder was er al in 2008 een biedplicht ontstaan; hij vorderde het verschil tussen de biedprijs uit 2010 en de billijke prijs die betaald had moeten worden. Het BGH vernietigde het vonnis van de appelrechter omdat deze de essentiële stelling had gepasseerd dat DP en DB in onderling overleg handelden waar DP zich willens en weten en op basis van met DB gemaakte afspraken bij de stemrechtuitoefening in de AvA van Postbank tot begin 2012 heeft gericht naar de wensen van DB. Deze zaak krijgt dus mogelijk nog een acting in concert-staartje.
De Overnamerichtlijn noopte niet tot grote wijzigingen in de bestaande verplicht bod-regeling uit het Wertpapiererwerbs- und Übernahmegesetz (WpÜG)1.2
De meest recente aanpassing vond plaats in 2008. In antwoord op de maatschappelijke en politieke onrust rond de toegenomen invloed van investeerders in het Duitse bedrijfsleven is het Gesetz zur Begrenzung der mit Finanzinvestitionen verbundenen Risiken (Risikobegrenzungsgesetz) aangenomen. Deze wet is op 19 augustus 2008 in werking getreden.3 Als onderdeel hiervan werd de acting in concert-regeling herzien. Bijkomende reden voor ingrijpen daarin was de problematische toepassing in de praktijk van de concert-voorschriften van zowel § 22 Wertpapierhandelsgesetz (WpHG) inzake de meldingsplicht4 als § 30 WpÜG in het kader van het verplicht bod; de wijzigingswet verduidelijkt dat deze regels identiek moeten worden uitgelegd (§ 5.4.2.1).
Naar Duits recht moet een verplicht openbaar bod worden uitgebracht bij verkrijging van de controle5, hetgeen wordt gedefinieerd als het houden van ten minste 30% van de stemrechten6. Toerekening van stemrechten die door derden worden gehouden geschiedt – behalve via de acting in concert-regeling (waarover hierna) – op verschillende gronden en betreft: i) stemrechten die door een dochtermaatschappij worden gehouden7, ii) stemrechten die voor rekening van de bieder worden gehouden en iii) stemrechten die de bieder door een wilsverklaring kan verwerven8.