De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer
Einde inhoudsopgave
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/2.5.2:2.5.2 De risicoregeling bij niet-werken
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/2.5.2
2.5.2 De risicoregeling bij niet-werken
Documentgegevens:
N.M.Q. van der Neut, datum 22-09-2023
- Datum
22-09-2023
- Auteur
N.M.Q. van der Neut
- JCDI
JCDI:ADS855405:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De aannemer, handelsagent en huurder behandel ik in deze paragraaf slechts zeer summier.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf vergelijk ik de positie van de opdrachtnemer ten aanzien van zijn eventuele loonaanspraak bij niet-werken vooral met die van de werknemer,1 om vervolgens te bekijken of hier analogieën in kunnen worden ontdekt. Drie deelonderwerpen passeren daarbij de revue.
Het eerste deelonderwerp betreft de invulling van het begrip ‘toerekening’ bij niet-exceptionele gebeurtenissen (paragraaf 2.5.2.1). De opdrachtnemer kan op grond van schuldeisersverzuim (artikel 6:58 BW) over de niet-gewerkte periode recht op loon hebben indien de oorzaak van het niet-werken aan de opdrachtgever is toe te rekenen. In het arbeidsovereenkomstenrecht is in het kader van schuldeisersverzuim sneller voldaan aan het juridische begrip ‘toerekening’ (artikel 7:628 lid 1 BW). Onder omstandigheden kan deze invulling ten voordele van de werknemer ook worden toegepast op de opdrachtnemer, waarbij ik schets wanneer welke omstandigheden daartoe aanleiding kunnen geven.
Het tweede deelonderwerp ziet op de verdeling bij exceptionele gebeurtenissen (paragraaf 2.5.2.2). De opdrachtnemer lijkt geen recht te hebben op een loondoorbetaling bij niet-werken als de oorzaak daarvan is gelegen in een exceptionele gebeurtenis. In dat geval is immers geen sprake van schuldeisersverzuim aan de zijde van de opdrachtgever (schuldeiser). Een analyse van het arbeidsovereenkomstenrecht en huurrecht op dit gebied brengt mee dat de opdrachtnemer (schuldenaar) bij exceptionele gebeurtenissen zelden aanspraak lijkt te kunnen maken op een gedeelte van het loon op grond van schuldeisersverzuim (artikel 6:58 BW).
Het derde deelonderwerp raakt het regelende karakter van schuldeisersverzuim (artikel 6:58 BW) (paragraaf 2.5.2.3). Vanwege dit karakter kunnen de opdrachtgever en opdrachtnemer andersluidende afspraken maken. Naar aanleiding van bepaalde misstanden uit het verleden is de arbeidsovereenkomstrechtelijke variant van schuldeisersverzuim van semi-dwingend recht (artikel 7:628 lid 1 jo. lid 5 en 10 BW). Zo’n karakter lijkt ook passend ten aanzien van in ieder geval de opdrachtnemer aan de onderkant.