Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/12.3.1:12.3.1 Algemene regels: meer dan alleen het spoedeisend belang?
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/12.3.1
12.3.1 Algemene regels: meer dan alleen het spoedeisend belang?
Documentgegevens:
Peter Jansen, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Peter Jansen
- JCDI
JCDI:ADS982015:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op de vraag wat er nodig is om een veroordeling in kort geding te krijgen, zal het eerste antwoord doorgaans zijn: een spoedeisend belang. Daaraan wordt hierna een aparte paragraaf 12.4.2 gewijd.
Naast het vereiste van een spoedeisend belang zijn nog andere algemene regels voor het kort geding relevant, ook voor de arbeidsrechtpraktijk. Die worden hier besproken. Achtereenvolgens komen aan bod:
de absolute bevoegdheid (paragraaf 12.3.2);
de relatieve bevoegdheid(paragraaf 12.3.3);
procesregels (paragraaf 12.3.4);
bewijsregels (paragraaf 12.3.5);
(on)mogelijke vorderingen in kort geding (paragraaf 12.3.6);
de afstemmingsregel (paragraaf 12.3.7);
het gezag van gewijsde (paragraaf 12.3.8);
de uitvoerbaarheid bij voorraad (paragraaf 12.3.9); ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.