Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/2.5.4
2.5.4 De aandeelhouder met een dubbelrol
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971858:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hieronder versta ik bijvoorbeeld ook de situatie dat de UBO van de aandeelhouder zitting heeft in de vennootschapsleiding, althans dat achter de aandeelhouder en de bestuurder dezelfde (natuurlijke) personen zitten. Zie bijvoorbeeld Hof Amsterdam (OK) 13 maart 2020, ARO 2020/87 (Brouwer Bloembollen), Hof Amsterdam (OK) 27 februari 2020, JOR 2020/203 m.nt. P.L. Hezer (Fuelplants) en Hof Amsterdam (OK) 20 april 2005, JOR 2005/180 (Call Active), r.o. 3.4.
Zie Katan (diss.) 2017, p. 397 e.v. en p. 431 e.v., die in dit verband spreekt van het ‘schizofrenie-argument’; en Kalss 2020, p. 219.
Zie hierover ook hoofdstuk 5 hierna.
Dit was bijvoorbeeld aan de orde in Hof Amsterdam (OK) 14 september 2020, ARO 2020/169 (TAF), waarin het ging om een natuurlijk persoon die als bestuurder was benoemd op voordracht van de (aankomend) meerderheidsaandeelhouder (r.o. 3.14); Hof Amsterdam (OK) 31 oktober 2019, ARO 2019/193 (Bosal), waarin het merendeel van de aandelen uiteindelijk in handen was van de familie Bos, en één van de familieleden in het bestuur van de vennootschap zat (r.o. 3.17 onder a en b); en Hof Amsterdam (OK) 3 mei 2006, JOR 2006/211 (Bonne Route), waarin het bestuur bestond uit een Belgische vennootschap en een natuurlijk persoon die beiden waren benoemd door de grootaandeelhouder, een investeringsmaatschappij (r.o. 2.7 en 3.8). In ieder van deze beschikkingen is een informatieasymmetrie aangenomen tussen de aandeelhouder die in het bestuur was vertegenwoordigd en de aandeelhouder die dat niet was.
Denk bijvoorbeeld aan regulatoir beschermde informatie, zoals persoonsgegevens of koersgevoelige informatie waarvan de openbaarmaking is uitgesteld.
Vgl. De Roo (diss.) 2021, p. 354.
Denk bijvoorbeeld aan een investeerder die in het bestuur treedt en meebeslist over belangrijke aangelegenheden, maar de dagelijkse leiding wordt gelaten aan de overige bestuurders.
Zie in het kader van het bestuur De Roo (diss.) 2021, p. 354-355, met verwijzingen aldaar. De Roo wijst in dit verband op situaties waarin het informatieverzoek van de individuele bestuurder geen zakelijke grondslag heeft of verstrekking van de aldus verzochte informatie in strijd zou zijn met de plicht van het bestuur om zorg te dragen voor het rechtsconform handelen van de vennootschap of (anderszins) in strijd zou zijn met het vennootschapsbelang. Overigens komt het in geschilsituaties soms voor dat bestuurders de toegang tot informatie van de vennootschap wordt ontzegd, bijvoorbeeld door een bestuurder af te sluiten van systemen die relevant zijn voor de administratie. Dergelijke situaties deden zich bijvoorbeeld voor in Hof Amsterdam (OK) 13 februari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:313 (Speed Covid Test), r.o. 3.4 e.v.; Hof Amsterdam (OK) 7 juni 2018, JOR 2018/276 m.nt. M. Holtzer (DMBH Vastgoed), r.o. 3.5; en Hof Amsterdam (OK) 28 juni 2011, ARO 2011/107 (Waterspreng), r.o. 3.4. In al deze beschikkingen droeg dit bij aan het oordeel dat er gegronde redenen waren voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van de betrokken vennootschap. Ik meen dat het voorgaande van overeenkomstige toepassing is op de informatiepositie van de individuele commissaris (zie ook voetnoot 129 bij par. 2.4.2 hiervoor).
Vgl. Hof Amsterdam (OK) 31 augustus 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2006 (Johema), waarin wordt verwezen naar “de loyaliteit die hij als indirect bestuurder en 50%-aandeelhouder van Johema c.s. jegens de vennootschappen had te betrachten.” De Ondernemingskamer lijkt hiermee aan te nemen dat de loyaliteitsplicht in beide hoedanigheden geldt.
Het voorgaande ligt anders voor de aandeelhouder die tevens (feitelijk1) zitting neemt in de vennootschapsleiding. In die gevallen zal de aandeelhouder als gevolg van zijn dubbelrol worden geacht te beschikken over toegang tot informatie van de vennootschap. Een (rechts)persoon zal informatie die hij heeft verkregen – of die aan hem wordt toegerekend – als lid van de vennootschapsleiding nu eenmaal niet van zich (kunnen) afschudden in hoedanigheid van aandeelhouder.2 Indien en voor zover dit leidt tot een onaanvaardbare informatieasymmetrie tussen aandeelhouders, kan dit worden gecompenseerd via de band van artikel 2:8 BW.3
Wat nu als de aandeelhouder niet zelf in de vennootschapsleiding zitting neemt, maar daarin wordt vertegenwoordigd door een door hem voorgedragen persoon? In dergelijke gevallen wordt in de rechtspraak veelal aangenomen dat de aandeelhouder via zijn vertegenwoordiger toegang heeft tot (bepaalde) informatie van de vennootschap.4 Dit komt mij voor als een billijk en werkbaar uitgangspunt. Niettemin zal dit uitgangspunt onder omstandigheden nuancering behoeven. Ik wijs bijvoorbeeld op de situatie dat bepaalde informatie op grond van de wet of een overeenkomst vertrouwelijk dient te blijven5 of dat een (schadelijk) tegenstrijdig belang van de aandeelhouder in de weg kan staan aan informatieverstrekking. In dergelijke omstandigheden kan de functionele geheimhoudingsplicht van leden van de vennootschapsleiding eraan in de weg staan dat informatie met een achterliggende aandeelhouder kan worden gedeeld.
Bij het voorgaande moet worden bedacht dat niet elke dubbelrol noodzakelijkerwijs zal betekenen dat de aandeelhouder ook feitelijk volledig zal (kunnen) worden geïnformeerd over het reilen en zeilen van de vennootschap. In de regel zal een bestuurder uit hoofde van zijn taak bijvoorbeeld beter op de hoogte zijn van het reilen en zeilen van de vennootschap dan een commissaris. Een en ander hangt ook af van de organisatie van de vennootschap, waaronder een eventuele taakverdeling onder individuele leden van de vennootschapsleiding6 en verschillen in hun betrokkenheid.7 Daarnaast zijn er situaties denkbaar waarin een individuele bestuurder of commissaris de toegang tot bepaalde informatie wordt ontzegd.8 Binnen het bestuur of de raad van commissarissen kan derhalve ook informatieasymmetrie ontstaan.
Een dubbelrol is niet alleen relevant voor de toegang van een aandeelhouder tot informatie van de vennootschap, maar kan ook gevolgen hebben voor de omgang met die informatie. Zo kan een aan die dubbelrol ontleende loyaliteitsplicht mijns inziens meebrengen dat op de aandeelhouder een geheimhoudingsplicht rust,9 in ieder geval ten aanzien van informatie die hij uit hoofde van zijn dubbelrol heeft verkregen. Ik zie hierin de keerzijde van de informatievoorsprong die de aandeelhouder aan zijn dubbelrol ontleent. De functionaris kan zijn functionele geheimhoudingsplicht niet zomaar ontlopen door een andere pet op te zetten.