Het algemene opschortingsrecht
Einde inhoudsopgave
Het algemene opschortingsrecht (R&P nr. CA27) 2024/8.1:8.1 Onderzoeksvraag
Het algemene opschortingsrecht (R&P nr. CA27) 2024/8.1
8.1 Onderzoeksvraag
Documentgegevens:
G.J. Boeve, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
G.J. Boeve
- JCDI
JCDI:ADS950320:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de doelstelling en vraagstelling van dit onderzoek § 1.3. Zie § 1.6 over de opbouw van het betoog en het plan van behandeling.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De centrale vraag van dit onderzoek is: wanneer heeft de schuldenaar een opschortingsrecht als bedoeld in artikel 6:52 BW en wanneer mag hij dit recht al dan niet uitoefenen? Bij deze vraag heb ik een aantal deelvragen geformuleerd. Dit hoofdstuk bevat mijn beantwoording van deze deelvragen en de centrale vraag. Strikt genomen ben ik buiten het bereik van de centrale vraag ingegaan op een aantal processuele aspecten van het algemene opschortingsrecht. Dit hoofdstuk bevat ook mijn conclusies ten aanzien daarvan.
Ter beantwoording van de centrale vraag heb ik eerst onderzocht welke plaats het algemene opschortingsrecht in het BW inneemt (§ 8.2). Daarna heb ik onderzocht wat de vereisten van het algemene opschortingsrecht zijn en wanneer daaraan is voldaan (§ 8.3). Een van deze vereisten is het samenhangcriterium, dat tevens het centrale vereiste van het algemene opschortingsrecht vormt. Vervolgens heb ik onderzocht onder welke omstandigheden aan dit samenhangcriterium is of kan zijn voldaan. Daarbij ben ik ook ingegaan op de vraag wat ‘dezelfde rechtsverhouding’ en ‘zaken die partijen regelmatig met elkaar hebben gedaan’ als bedoeld in art. 6:52 lid 2 BW inhouden en heb ik voor elk van deze omstandigheden een beoordelingsmaatstaf geformuleerd. Tevens heb ik onderzocht in hoeverre aan het samenhangcriterium is of kan zijn voldaan als deze omstandigheden zich voordoen. Voorts heb ik onderzocht onder welke andere omstandigheden kan worden aangenomen dat wel of niet aan het samenhangcriterium is voldaan (§ 8.4). Gegeven dat aan de vereisten van het algemene opschortingsrecht is voldaan, is de schuldenaar op grond van artikel 6:52 BW bevoegd de nakoming van zijn verbintenis op te schorten, totdat zijn wederpartij zijn vordering heeft voldaan. De volgende vraag die ik heb onderzocht is hoe de schuldenaar deze bevoegdheid uitoefent (§ 8.5) en wanneer hij deze bevoegdheid niet mag uitoefenen (§ 8.6). De beantwoording van de deelvragen leidt tot mijn samenvattende beantwoording van de centrale vraag in § 8.7.
Daarna ga ik in op de door mij behandelde processuele aspecten van het algemene opschortingsrecht (§ 8.8) en de vraag wat de rechterlijke beoordeling van een opschortingsverweer behelst (§ 8.9). Ik rond in § 8.10 af met het geven van mijn visie op het in § 1.1 gegeven voorbeeld over het traceren van de gestolen auto.1