Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/7.4:7.4 Conclusie
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/7.4
7.4 Conclusie
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS412604:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het vereiste van technische uitvoerbaarheid houdt in dat het overgangsregime zowel voor de overheid als voor de belastingplichtige uitvoerbaar moet zijn.
De uitvoerbaarheid van een werkingsregel kan in het geding zijn indien de werkingsregel terugwerkende kracht wordt toegepast, als nadere voorwaarden worden gesteld die impliceren dat met terugwerkende kracht gegevens moesten worden bewaard of belastingplichtigen een te korte aanpassingsperiode wordt geboden.
De werkingsregel terugwerkende kracht kan ten eerste tot uitvoeringsproblemen leiden indien met terugwerkende kracht aanpassingen in een bronheffing worden aangebracht. Doordat de formalisering van de materiële belastingschuld in dat geval reeds voor het inwerkingtredingsmoment heeft plaatsgevonden, kan er in beginsel slechts worden gecorrigeerd door het opleggen van een naheffingsaanslag aan de inhoudingsplichtige. Dit is echter anders indien de afdracht op aangifte op het inwerkingtredingsmoment nog niet vaststaat. Indien de inspecteur moet beslissen over een bezwaarschrift, behoort hij zijn beslissing volgens recente rechtspraak van Hof ’s-Hertogenbosch te baseren op de op het tijdstip van het doen van de uitspraak geldende regelgeving. Dit betekent dat bij het beoordelen van de juistheid van een inhouding of aanslag rekening moet worden gehouden met latere gebeurtenissen, zoals bijvoorbeeld een wetswijziging met terugwerkende kracht. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad zou evenwel kunnen worden afgeleid dat een aanslag of inhouding alleen mag worden gebaseerd op nieuwe regels als op het moment dat de aanslag wordt opgelegd of de inhouding plaatsvindt, de nieuwe wet is ondertekend. Dit zou betekenen dat terugwerkende kracht in de sfeer van de loon- en dividendbelasting in beginsel niet mogelijk is.
De werkingsregel terugwerkende kracht leidt ten tweede tot uitvoeringsproblemen als een regel vervalt, die inmiddels al tot rechtsgevolgen heeft geleid die niet-omkeerbaar zijn.
Alle werkingsregels kunnen tot uitvoeringsproblemen leiden als bijvoorbeeld voor het verkrijgen van een aftrekpost nadere voorwaarden worden gesteld, die impliceren dat belastingplichtigen in het verleden bepaalde documenten hadden moeten bewaren.
Ten slotte is het van belang dat de wetgever in voorkomende gevallen rekening houdt met een aanpassingsperiode. Als bestaande situaties moeten worden aangepast aan een nieuwe regeling, kan uitgestelde werking een geschikte werkingsregel zijn.
De uitvoerbaarheid van een overgangsmaatregel kan worden beoordeeld aan hand van de volgende aspecten:
de duur van een overgangsmaatregel;
de handhaafbaarheid door de fiscus;
de mate waarin een overgangsmaatregel tot ‘extra productieslagen’ in de aanslagregeling leidt;
de voorwaarden waaraan moet worden voldaan;
verwijzingen naar nimmer tot wet verheven wetteksten;
het aantal open normen;
het aantal vage termen; en
de complexiteit van een regel.
Een moeilijk uitvoerbaar overgangsregime kan voor belastingplichtigen leiden tot extra administratieve lasten en adviseurskosten.
De financiële uitvoerbaarheid van een overgangsregime heeft betrekking op de uitvoerings- en handhavingskosten van de overheid. Indien de uitvoeringskosten van een overgangsregime hoog zijn, moet worden overwogen een gunstiger overgangsregime te treffen dat dan weliswaar meer kosten in de zin van gederfde belastingopbrengsten met zich brengt, doch waarvan de uitvoeringskosten lager zijn.