Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.12.3:7.3.12.3 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.12.3
7.3.12.3 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS606598:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
N.M. Ligthart en E.T.N.P. Plat, ‘Enkele gedachten omtrent de invoering van een belangenvrijstelling’, WFR 2003, p. 516.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rechtsvormneutraliteit van de deelnemingsvrijstelling is relatief groot. De regeling is niet alleen van toepassing op aandelenvennootschappen, maar ook op een FGR, een coöperatie en een open CV. Ook het alternatieve deelnemingsbegrip van art. 13 lid 3 Wet VPB 1969, dat uitgaat van een stemrechtcriterium in plaats van een kapitaalcriterium, getuigt van rechtsvormneutraliteit.
De neutraliteit zou naar mijn mening kunnen worden vergroot door de vrijstelling om te vormen tot een ‘belangenvrijstelling’, zoals is bepleit door Ligthart en Plat.1 Zij menen dat de vrijstelling niet alleen zou moeten gelden voor lichamen die zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting, maar ook voor IB-ondernemers. In vergelijkbare zin wil Koudijs (1993) voor haar voorstel voor een ondernemingswinstbelasting de deelnemingsvrijstelling wijzigen in een ‘participatievrijstelling’.
De harde ondergrens van 5% kan worden beschouwd als een scherpe norm. Dit past naar mijn mening ook bij de facilitaire functie van het deelnemingsbegrip.