Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/10.2.2
10.2.2 Wettelijke regimes voor gebiedsbescherming
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS448658:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Rodgers 2013, p. 64 e.v., Reid 2009, p. 179 e.v. en Smits e.a. 2009, p. 67-68.
Smits e.a. 2009, p. 68.
Hierbij gaat het om gebieden die op basis van Ramsar Convention (Convention on Wetlands of International Importance 1971) moeten worden aangewezen. De volledige tekst van dit verdrag is te vinden op de website www.ramsar.org.
Art 10, lid 1, art. 10a, lid 1 en art. 23, lid 1 Nbw 1998.
Art. 1, sub n jo. art. 10a, lid 1 Nbw 1998.
Informatie over de taken en bevoegdheden is te vinden in Rodgers 2013, p. 35-41 en op www.naturalengland.org.uk.
Rodgers 2013, p. 35-35 en Reid 2009, p. 84-85.
Art. 32, lid 1 NERCA 2006.
Art. 2, lid 1 NERCA 2006.
Rodgers 2013, p. 37-39. Het juridisch instrumentarium dat voor dat doel kan worden ingezet, wordt besproken in par. 10.3.4.
Artt. 2-4 NERCA 2006.
Dat betekent dat de Minister zich in ieder geval (indirect) kan bemoeien met de begroting van Natural England.
Dat blijkt uit de artt. 14-16 NERCA 2006.
Bij de Nederlandse rechtsfiguur zelfstandig bestuursorgaan is het politiek verantwoordelijke orgaan niet bevoegd om in individuele gevallen aanwijzingen uit te vaardigen. Schlössels en Zijlstra 2010b, p. 624 e.v. Uitgangspunt vormt sturing op hoofdlijnen. Zie in dat verband onder meer de artt. 20, 21 en 22 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
Informatie over de taken en bevoegdheden is te vinden in Rodgers, p. 41-43, Reid 2009, p. 88-89 en op de website www.jncc.gov.uk.
Art. 32, lid 1 NERCA 2006. Het betreft de organisaties Natural England, de Countryside Council of Wales, de Scottish Natural Heritage en de Council for Nature Conservation and the Countryside.
Art. 34, lid 2 jo. art. 35, lid 1 NERCA 2006.
Art. 34, lid 2 onder c NERCA 2006.
Zie de website: www.jncc.gov.uk/page-1400 (SPA’s) en www.jncc.gov.uk/protected sites/sacselection (SAC’s).
Art. 38, lid 1 NERCA 2006 en Rodgers 2013, p. 43.
Een belangrijke doelstelling van het natuurbeschermingsrecht vormt de bescherming van natuurgebieden en/of gebieden met natuurwaarden. Dit is mogelijk op basis van het nationale en internationale recht. Op basis van het Engelse recht bestaan een groot aantal verschillende mogelijkheden om natuurgebieden te beschermen. Het Engelse recht ‘kent’ de volgende gebiedsbeschermende regimes: National Parcs, Areas of Outstanding Natural Beauty (hierna: AONB), Sites of Special Scientific Interest (hierna: SSSI), National Nature Reserves (hierna: NMR’s), Marine Nature Reserve en Environmentally Sensitive Areas.1 In de praktijk overlappen de verschillende types natuurgebieden elkaar. Meer dan 50% van de SSSI’s zijn ook als AONB en/of NMR aangewezen. Vanwege de probleemstelling van dit promotieonderzoek blijven de nationale beschermingsregimes, met uitzondering van de SSSI’s, buiten beschouwing. SSSI’s vormen het belangrijkste Engelse gebiedsbeschermende instrument. Bijna alle Engelse Natura 2000-gebieden zijn ook als SSSI zijn aangewezen.2 De Engelse overheid wijst ook gebieden aan op basis van internationale verplichtingen. Hierbij gaat het om Special Areas of Conservation (hierna: SAC’s), Special Protection Areas (hierna: SPA’s) en Ramsar Sites.3 De verplichting om SAC’s en SPA’s aan te wijzen vloeit voort uit de Vrl en de Hrl.4 Tabel 9 bevat een overzicht van de belangrijkste Engelse en internationale gebiedsbeschermende regimes.
Juridische regimes voor gebiedsbescherming in Engeland
Nationaal recht
Internationaal recht
National Parcs
Areas of Outstanding Natural Beauty (AONB)
Sites of Special Scientific Interest (SSSI)
National Nature Reserves (NMR’s)
Marine Nature Reserve
Environmentally Sensitive Areas
SPA (Vrl)
SAC (Hrl)
Ramsar-site (Ramsar Convention)
In vergelijking met het Engelse recht kent het Nederlandse natuurbeschermingsrecht slechts een (zeer) beperkt aantal beschermingsregimes. Op basis van de Nbw 1998 is het mogelijk om natuurmonumenten, Vrl-SBZ’s, Hrl-SBZ’s en landschapsgezichten aan te wijzen.5 In de Nbw 1998 wordt voor Vrl-SBZ’s en HrlSBZ’s de term Natura 2000-gebied gehanteerd.6 De Engelse Natura 2000-gebieden worden consequent met de term ‘European site’ aangeduid.
De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Engelse natuurbescherming berust bij de organisatie Natural England (hierna: NE).7 Deze conservation body (hierna: beheerorganisatie) NE is in 2006 ontstaan uit een samenvoeging van English Nature en de Countryside Commission.8 In Wales, Schotland en Noord-Ierland zijn aparte (eigen) beheerorganisaties actief.9 De doelstelling en de bevoegdheden van NE zijn verankerd in de Natural Environment and Rural Communities Act 2006. NE heeft als algemene doelstelling het behoud, het versterken en het beheer van de natuurlijke omgeving.10 NE is in die hoedanigheid onder meer verantwoordelijk voor de bescherming van de European Sites en SSSI’s.11 NE kan ten behoeve van de uitoefening van deze taak gebruik maken van een groot aantal verschillende instrumenten, zoals het verlenen van toestemming voor bepaalde activiteiten in natuurgebieden, handhavend optreden om (mogelijke) schade aan natuurwaarden te voorkomen, en het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften om activiteiten in natuurgebieden te normeren.12 Daarnaast vervult deze organisatie ook andere belangrijke taken zoals het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek, het verzekeren van een vrije toe-gang tot het platteland, en het adviseren van overheden.13 De Minister van ‘Environment, Food and Rural Affairs’ (hierna: DEFRA) kan regels verbinden aan de besteding van gelden die NE voor de uitvoering van voorgeschreven taken ontvangt.14 Daarnaast is de minister bevoegd tot het uitvaardigen van richtlijnen en algemene aanwijzingen met betrekking tot de uitvoering van die taken.15 Het voorgaande maakt duidelijk dat NE over (veel) eigen bevoegdheden beschikt. Desondanks is deze organisatie naar Nederlands recht niet aan te merken als een zelfstandig bestuursorgaan. De Minister van DEFRA kan namelijk ook specifieke aanwijzingen uitvaardigen of NE dwingen om gebruik te maken van een bepaalde bevoegdheid. 16
Bij de realisatie van het Engelse natuurbeschermingsbeleid is een belangrijke rol weggelegd voor het Joint Nature Conservation Committee (hierna: JNCC).17 De doelstelling en de bevoegdheden van deze organisatie zijn te vinden in de Natural Environment and Rural Communities Act 2006 (hierna: NERCA 2006). De JNCC is in het VK de koepel van alle beheerorganisaties (waaronder Natural England).18 De belangrijkste taak van de JNCC bestaat uit het adviseren van overheden en beheerorganisaties in Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland over de ontwikkeling en de uitvoering van het nationale en internationale natuurbeleid. Het JNCC kan in opdracht of op eigen initiatief een adviseren.19 In de praktijk zijn de adviezen van de JNCC richtinggevend voor het beheer van alle natuurgebieden met een officiële status. Daarnaast ontwikkelt en onderhoudt het JNCC de gemeenschappelijke wetenschappelijke standaarden (zogenoemde ‘Common Standards’).20 De ‘Common Standards’ zijn bedoeld om het natuurbeleid te monitoren en spelen een belangrijke rol bij de bescherming van European sites en SSSI’s. Het JNCC is namens de Minister van DEFRA verantwoordelijk voor het onderhoud van een website waarop informatie over alle European Sites in het VK is te vinden.21 Naar Nederlands recht is het JNCC aan te merken als een zelfstandig bestuursorgaan. Deze organisatie beschikt bij de uitvoering van de wettelijk toegekende taken over een grote mate van zelfstandigheid. De Minister van DEFRA heeft alleen directe zeggenschap over de vaststelling en/of wijziging van het takenpakket van deze organisatie.22