De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/1.8:1.8 Verantwoording gebruikte bronnen
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/1.8
1.8 Verantwoording gebruikte bronnen
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232221:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek is een literatuuronderzoek waarbij ik gebruik heb gemaakt van de mogelijkheden die zoekmachines als Navigator en Rechtsorde (voor Nederland), Beck-online (voor Duitsland) en Jura (voor België) bieden.
Verder heb ik als uitgangspunt genomen de bekende handboeken op het gebied van het erfrecht en het stichtingenrecht. Voor Duitsland heb ik voor drie hoofdwerken voor het onderzoek gekozen. Twee van deze werken zijn in Duitsland veelvuldig geraadpleegde Kommentare, Münchener Kommentar zum Bürgerlichen Gesetzbuch en J. von Staudingers Kommentar zum Bürgerlichen Gesetzbuch mit Einführungsgesetz und Nebengesetzen. Het derde werk is Stiftungsrecht-Handbuch, beter bekend als v.Campenhausen/Richter, een zeer omvangrijk werk over de stichting in Duitsland, zowel civiel als fiscaal. In de beide Kommentare wordt ook veelvuldig naar dit werk verwezen. Het enige mij bekende proefschrift is van M. Schewe, uitgegeven in 2004. Schewe is in 2003 gepromoveerd op de Duitse bij dode opgerichte stichting. Ook naar dit werk wordt door mij meermaals verwezen, maar minder vaak dan men wellicht zou verwachten. De reden is, dat het werk van Schewe vaak diep ingaat op details van het Duitse stichtingen- en erfrecht die van geen groot belang zijn voor de Nederlandse bij dode opgerichte stichting.
In België bestaan weinig handboeken over de stichting. Niettemin heb ik drie werken kunnen kiezen waarin voor het onderzoek relevante aspecten van het Belgische recht worden behandeld. Voor België heb ik als werk over de stichting gekozen voor Rutger Van Boven, De Belgische stichting. Dit betreft het meest recente werk uitsluitend gewijd aan de stichting. D. Van Gerven, Beginselen van Belgisch privaatrecht IV, Rechtspersonen, Deel 1, Rechtspersonen in het algemeen, verenigingen, stichtingen & publieke rechtspersonen, is het tweede door mij gekozen boek. Deze keuze hiervoor laat zich verklaren doordat dit werk naast de stichting ook meer algemene onderdelen van het Belgische rechtspersonenrecht behandelt. Als laatste werk heb ik gekozen voor een uitgebreid handboek over het familievermogensrecht waarin ook aandacht wordt besteed aan de positie van de stichting. Dit werk is Familiaal vermogensrecht van de hand van Walter Pintens, Charlotte Declerck, Johan Du Mongh en Koen Van Winckelen.
Het manuscript is afgesloten op 31 januari 2020, met nadien verschenen literatuur en jurisprudentie kon slechts incidenteel rekening worden gehouden.