Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/1.8
1.8 Terminologie
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192707:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarover hoofdstuk 9.
Vriesendorp 2013, p. 3.
Deze vorm van insolventie wordt balansinsolventie (‘balance sheet insolvency’) genoemd.
Van Galen 2017, p. 232, voetnoot 4.
Zie bijvoorbeeld Tollenaar 2016; De Kluiver 2017; Van den Berg 2019.
Zie https://www.legislation.gov.uk/ukpga/2006/46/part/26 (laatst geraadpleegd 30 december 2019). Via het filter ‘show geographical extent’ kan worden bekeken in welke delen van het Verenigd Koninkrijk deze wet geldt.
Deze benaming is niet alleen ingeburgerd in de Nederlandse literatuur (zie bijv. Tollenaar 2016; Verhagen & Kuipers 2012; Vriesendorp 2014; Beekhoven van den Boezem 2014), maar ook in de Engelse literatuur (zie bijv. Payne 2014; Pilkington 2017; Paterson 2018).
16. In het vervolg van dit boek hanteer ik de volgende terminologie:
Voorstel van wet, voorgestelde regeling en voorgestelde bepalingen
Op het moment van schrijven is de WHOA ‘slechts’ een in de Tweede Kamer aanhangig wetsvoorstel. Strikt gesproken zou dus gesproken moeten worden van ‘het wetsvoorstel’ in plaats van ‘de wet’, van ‘de voorgestelde bepaling’ in plaats van de ‘bepaling’ en van het ‘voorgestelde artikel’ in plaats van ‘het artikel’. Omwille van de leesbaarheid laat ik deze toevoegingen weg in de bespreking van de voorgestelde wettelijke regeling.
‘Dwangakkoord buiten faillissement en surseance’, ‘pre-insolventieakkoord’ en ‘WHOA-akkoord’
In de literatuur worden diverse termen gebruikt voor de nieuwe akkoordprocedure. De in de WHOA voorgestelde procedure wordt soms ‘informeel dwangakkoord’ of ‘buitengerechtelijk dwangakkoord’ genoemd. Deze terminologie past echter niet bij het akkoord uit de WHOA, dat niet uitsluitend op informele wijze tot stand kan komen. Teneinde het akkoord verbindend te laten zijn voor een minderheid van tegenstemmende en niet-verschenen schuldeisers is immers een gang naar de rechter nodig.1 In navolging van de wetgever hanteer ik de term ‘dwangakkoord buiten surseance en faillissement’. De term ‘dwangakkoord buiten insolventie’ is minder precies, omdat het begrip ‘insolventie’ een veelheid aan betekenissen kan hebben. Zo wordt de term insolventie gehanteerd om ondernemingen aan te duiden die in “serieuze financiële problemen” verkeren,2 om de staat aan te duiden waarin een onderneming die heeft opgehouden te betalen zich bevindt,3 om aan te geven dat de schulden de bezittingen van een onderneming overstijgen4 en ten slotte voor de juridische fase die intreedt, wanneer er op de verificatievergadering in faillissement geen akkoord tot stand is gekomen.5
De benaming ‘dwangakkoord buiten surseance en faillissement’ geeft eenvoudigweg aan dat het om een akkoord gaat dat buiten deze twee insolventieregimes om tot stand komt, zonder de vereiste mate van financiële problemen te definiëren. Naast deze term hanteer ik ook het begrip ‘pre-insolventieakkoord’. Deze term is om twee redenen minder zuiver. In de eerste plaats brengt de term niet tot uitdrukking dat er sprake is van gedwongen medewerking van schuldeisers. In de tweede plaats is de strekking van het begrip ‘pre-insolventie’ nog minder duidelijk dan het begrip ‘insolventie’, nu dit zou verwijzen naar een fase voorafgaand aan de vier hiervoor genoemde mogelijke invullingen van het begrip insolventie. Met de term pre-insolventie kan bovendien bedoeld zijn aan te geven dat het gaat om een procedure die beoogt de opening van een traditionele openbare insolventieprocedure te voorkomen.6 Toch gebruik ik de term pre-insolventieakkoord, omdat deze in de literatuur veelvuldig wordt gehanteerd om het dwangakkoord buiten surseance en faillissement aan te duiden.7
Ten slotte hanteer ik het begrip ‘WHOA-akkoord’ als synoniem voor ‘dwangakkoord buiten surseance en faillissement’ en ‘pre-insolventieakkoord’. De term is vanwege het pleonasme niet fraai; toch gebruik ik hem om praktische redenen ter aanduiding van de concrete pre-insolventieakkoordprocedure zoals voorgesteld in de WHOA.
‘Insolventieakkoorden’
De schuldsanerings-, surseance- en faillissementsakkoorden zal ik gezamenlijk aanduiden als ‘insolventieakkoorden’.
‘Cram down’ en ‘cross class cram down’
In de Engelse taal wordt het fenomeen waarbij een akkoord wordt opgelegd aan een tegenstemmer aangeduid met ‘cram down’. De term ‘cram down’ reserveer ik voor de situatie waarin een minderheid binnen een klasse wordt gebonden aan de meerderheidsopvatting. Wanneer een klasse waarin de vereiste meerderheid ontbreekt door de rechter alsnog wordt gebonden aan het akkoord, spreek ik van een ‘cross class cram down’. In het Amerikaanse recht wordt de cross class cram down eenvoudigweg cram down genoemd. Hoewel cross class cram down een ware tongbreker is, geeft deze term beter weer dat het om de dwangdeelname van een gehele klasse gaat. De Europese wetgever hanteert dezelfde term, in de Nederlandse taalversie van de Richtlijn vertaald als ‘categorie-overschrijdende cram-down’.8 Omdat de WHOA niet van categorieën, maar van klassen van vermogensverschaffers spreekt, hanteer ik naast cross class cram down ook de term ‘klasse overschrijdende cram down’.
Engelse scheme of arrangement
In dit onderzoek wordt veelvuldig stil gestaan bij de regeling van de scheme of arrangement, zoals neergelegd in Part 26 van de Companies Act 2006 die geldt in het Verenigd Koninkrijk. Dit gedeelte van de Companies Act geldt in Schotland, Engeland, Wales en Noord-Ierland.9 Kortheidshalve hanteer ik in dit onderzoek de frase ‘de Engelse scheme’ of ‘de Engelse scheme of arrangement’.10
Vermogensverschaffers
Onder vermogensverschaffers versta ik zowel de schuldeisers als de aandeelhouders van een vennootschap.