Verlofstelsels in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/5.5:5.5 Bezwaarvereiste en afgescheiden toegangsbeoordeling (hoger beroep)
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/5.5
5.5 Bezwaarvereiste en afgescheiden toegangsbeoordeling (hoger beroep)
Documentgegevens:
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS610731:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hoofdstuk 6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de verlofzaken die vallen onder artikel 410a Sv,1 wordt in hoger beroep niet door een kleine of onderdeelkamer specifiek over toegangsvragen beslist. Weliswaar is afdoening door een enkelvoudige kamer in hoger beroep mogelijk, maar deze enkelvoudige afdoening betreft het gehele beroep, niet alleen de toegang tot beroep. En evenals in eerste aanleg heeft de voorzitter van een meervoudige kamer van een gerechtshof tal van bevoegdheden om het onderzoek ter terechtzitting in goede banen te leiden (o.a. art. 272 jo 415 lid 1 Sv), maar zijn bijzondere positie strekt niet zo ver, dat hij zelfstandig over de ontvankelijkheid van het beroep mag beslissen. Differentiatie van de toegangsbeoordeling vindt in hoger beroep dus in zoverre niet plaats.
Wel wijst de wet erop dat de toegangsbeoordeling qua procedure kan worden afgescheiden van de reguliere behandeling van het hoger beroep. Het tweede en derde lid van artikel 416 Sv bepalen namelijk dat indien de verdachte dan wel het openbaar ministerie in hoger beroep niet (tijdig) een schriftuur met grieven indient (en voor de verdachte: en niet mondeling bezwaren opgeeft tegen het vonnis), de appelrechter “zonder onderzoek van de zaak zelf” het ingestelde beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. De zinsnede is bij de totstandkoming van de Wet stroomlijnen hoger beroep niet toegelicht en biedt (daarom) op het eerste gezicht ruimte voor vereenvoudigde beoordeling van de betreffende toegangsvoorwaarde. Wat houdt die ruimte in, en hoe verhoudt deze ruimte voor afgescheiden onderzoek zich tot het verdragsrecht?
5.5.a Zonder enig of volledig (zittings)onderzoek5.5.b Zonder inhoudelijke beoordeling5.5.c Toelaatbaarheid onder verdragsrecht