Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.4.7.1:9.4.7.1 Romeins recht: correaliteit versus solidariteit
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.4.7.1
9.4.7.1 Romeins recht: correaliteit versus solidariteit
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648861:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De alternatieve benadering van Nass leidt ertoe dat er binnen de rechtsfiguur hoofdelijkheid verschillende varianten ontstaan. Met uitzondering van borgtocht, welke rechtsfiguur als een subvariant van hoofdelijkheid wordt beschouwd, kent de rechtsfiguur hoofdelijkheid geen subvarianten. De wetgever heeft bij de invoering van het Burgerlijk Wetboek van 1992 een einde gemaakt aan de praktijk waarin zich binnen de rechtsfiguur hoofdelijkheid diverse subvarianten hebben ontwikkeld.
De gedachte van Nass om binnen de hoofdelijkheid te zoeken naar ruimte om van de hoofdregels van hoofdelijkheid af te wijken, is – wellicht onbedoeld – een hang naar het verleden. In het kort werd reeds beschreven dat uit de rechtsgeschiedenis valt af te leiden dat het Romeinse recht twee soorten hoofdelijkheid kende.1 Dit valt af te leiden uit Romeinsrechtelijke teksten die ten aanzien van hoofdelijkheid tegenstrijdigheden bevatten. De vraag is of dit onderscheid slechts tekstuele onzuiverheden zijn, of dat de Romeinse juristen bewust verschillende vormen van hoofdelijkheid hebben willen duiden. Een duidelijk verklaring of gedachtegang achter het onderscheid is niet teruggevonden2 maar feit is wel dat de verschillende teksten aan hoofdelijkheid verschillende invullingen geven.
De verschillende varianten van hoofdelijkheid die zijn terug te vinden in het Romeinse recht, kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld. De twee stromingen worden gekenmerkt door correaliteit respectievelijk solidariteit. Bij correaliteit bestaat slechts één verbintenis en zijn er ten aanzien van deze enkele verbintenis meerdere debiteuren.3 Daarmee staat correaliteit in contrast met hoe hoofdelijkheid naar het huidige Nederlandse recht wordt beschouwd. Bij solidariteit is sprake van evenveel verbintenissen als crediteuren.